Straatfotografie moeilijk maar leuk

Redactie 388 0
Straatfotografie is een merkwaardig genre. Het kan overlappen met fotojournalistiek maar is toch iets anders. Het heeft nog het meeste weg van het negentiende-eeuwse flaneren, het wandelend observeren van de stad, vanuit een individueel en meestal artistiek oogpunt.

De eerste straatfoto werd gemaakt door Daguerre, maar dat was geen doorslaand succes want door de lange belichtingstijd zag je van de afgebeelde persoon alleen zijn benen. Zijn hoofd en zijn romp waren verdwenen doordat de persoon bewoog tijdens de lange belichtingstijd. Toch is het niet verwonderlijk dat vooral Franse fotografen van het flaneren tot de straatfotografie kwamen. Volgens de schrijver Honoré de Balzac gaat het bij het flaneren om de ‘de gastronomie van het oog’ en de stap naar het fotograferen is dan maar klein. Echt populair werd de straatfotografie pas met de komst van de kleinbeeldcamera. Na de tweede wereldoorlog kwam de straatfotografie zowel in Frankrijk als in Amerika tot grote bloei. De beste straatfotografie heeft – net als alle kunst – een zekere gelaagdheid. Je ziet een persoon, maar deze persoon zegt ook iets over de mensheid in zijn algemeenheid, een specifieke situatie of groep.

Le Baiser de l’hôtel de ville (de kus bij het stadhuis) van Robert Doisneau bijvoorbeeld is niet zomaar een kus maar staat model voor de kus van jonggeliefden in het algemeen. De persoonlijkheid van de fotograaf speelt daarbij een doorslaggevende rol. Veel foto’s van Henri Cartier-Bresson laten het leven op een vrij opgewekte, picturale manier zien. Dianne Arbus aan de andere kant , toont ons een Kafkaëske wereld, met mensen die in hun gedaante of neurotische persoonlijkheid heel ver verwijderd zijn van de wereld van Cartier-Bresson. Ed van der Elsken daarentegen had in zijn straatfotografie vooral oog voor de tijdgeest, waarschijnlijk net zozeer in zijn Parijse zwart-witfoto’s als in zijn latere werk. Toch is het vooral zijn persoonlijke visie die opvalt, zijn foto's hebben onder andere een sterke seksuele component. Misschien is de overeenkomst tussen al deze foto’s wel dat ze lijken te zeggen: ‘Kijk, dit is de wereld, dit is het leven – zoals ik dat zie.' In die zin is het fotografie in zijn meest wezenlijke vorm, want het zet de tijd stil. Het is ook vanuit de straatfotografie dat Cartier-Bresson zijn theorie van het decisive moment ontwikkelt. In zijn woorden: ‘Het beslissende moment, waarop vorm en inhoud, visie en compositie samenkomen tot een transcendentaal geheel.’

Techniek van straatfotografie

Technisch gezien is straatfotografie tegelijk een van de meest gemakkelijke en moeilijke genres. Gemakkelijk, omdat je er gewoon op los kunt fotograferen. In die zin kun je het heel amateuristisch aanpakken, je probeert gewoon wat en als er iets bij zit dan is dat mooi meegenomen. Wil je er echter zeker van zijn dat je het beslissende moment kunt vastleggen als het zich voordoet, dan is het best een moeilijk genre, want dan moet je op alles voorbereid zijn. Maar misschien is dat meteen ook het geheim van de techniek ervan: wanneer je je een beetje probeert voor te stellen wat je gaat fotografen dan kun je je beter voorbereiden. Kies van te voren een brandpuntsafstand, want er is toch geen tijd om te zoomen. Nog beter: gebruik een vaste 35 of 50mm. Observeer de omgeving en wees op alles voorbereid. Bij de foto van de man met de plas is dat principe ook toegepast. Voor het boek fotograferen in Parijs wilde ik een straatscène vastleggen. Ik had twee camera’s bij me, maar mijn tas en mijn tweede camera heb ik eventjes aan mijn vriendin gegeven, zodat ik niet zo herkenbaar was als fotograaf. Ik had een vast 35mm prime objectief gekozen. Verder stelde ik de modus diafragmavoorkeur in bij f/9 zodat ik genoeg scherptediepte zou hebben voor het geval dat het scherpstelveld niet helemaal optimaal zou zijn. Ik gebruikte continue scherpstelling met een paar scherpstelvelden in het midden van het beeld. De camera hield ik in de hand, maar wel op heuphoogte. Op het juiste moment bewoog ik de camera snel naar mijn oog en drukte af. Dat de foto later een heel klein beetje bleek te lijken op een foto van Cartier-Bresson is toeval – of misschien had ik bij het zien van de plas toch onbewust aan de fotograaf gedacht, wie zal het zeggen.

Objectief

De klassieke brandpuntsafstanden voor straatfotografie zijn 35 en 50mm. Langere brandpuntsafstanden voldoen zelden of nooit, want die geven een foto al snel iets voyeuristisch. De foto moet juist flaneuristisch zijn, je moet het gevoel hebben de scène al wandelend gade te slaan. Een kortere brandpuntsafstand kan soms wel, maar dan moet je vaak nog dichter bij je onderwerp komen. Overdag heb je geen grote lichtsterkte nodig. Er is zelfs wel wat te zeggen voor een klein onopvallend objectief. Veel hangt echter ook af van de manier waarop je in staat bent ervoor te zorgen dat je niet de aandacht op jezelf vestigt.

Scherpstellen

Theoretisch zou je gebruik kunnen maken van zone-focussing. Dat komt erop neer dat je gebruik maakt van de scherptediepte, autofocus uitschakelt en erop gokt dat je onderwerp op de ingestelde afstand van je camera is wanneer je afdrukt. Met de camera's van tegenwoordig met 24 en meer megapixel is dat echter een slecht idee. Bij alle nieuwere camera’s is autofocus snel genoeg om met dynamisch veld of automatisch veld in een oogwenk scherp te kunnen stellen.

Belichting en sluitertijd bij straatfotografie

Hier moet je vooral op zeker spelen. Afhankelijk van de scène en je camera moet je misschien een lichte negatieve belichtingscorrectie instellen. Werk in ieder geval in RAW, zodat je speelruimte hebt. Wil je echte scherpe opnamen, dan is een sluitertijd van 1/250 s of zelfs 1/500 s aan te raden. Aan de andere kant zijn er ook fotografen die een lichte bewegingsonscherpte juist nastreven, omdat dat leven aan het beeld geeft. Vaak is er dan nét een deel van de persoon wel kritisch scherp. Op de foto van de man met de plas is dat zijn schoenveter.

Onzichtbaar en onhoorbaar fotograferen

 Het punt bij straatfotografie is dat je totdat de foto gemaakt hebt, geen aandacht op je mag vestigen. Je moet eigenlijk als een huurmoordenaar snel en onopgemerkt toeslaan. Je zou gebruik kunnen maken van je uitklapbare monitor en als het ware ongemerkt de foto kunnen maken, zeker wanneer je stil kunt fotograferen. Toch werkt richten en meteen schieten vaak beter. Je moet wel de foto durven te maken; aarzel je, dan mis je het beslissende moment ook. Uitleg geven kan achteraf.

Juridisch

Binnen zekere grenzen is straatfotografie geoorloofd. Het gaat in feite vrijwel altijd om de afweging tussen het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting. Naarmate je meer de rechten van de ander  aantast sta je zwakker en naarmate je foto artistieker of journalistieker is, sta je sterker. Wanneer de persoon op de foto niet duidelijk herkenbaar is en/of niet het hoofdonderwerp van de foto is mag het ook. Let wel op de verschillen tussen landen en culturen. In Amerika mag heel veel. In Hongarije mag vrijwel niets. In Frankrijk mag vrij veel maar de gemiddelde Fransoos én de gemiddelde politieagent begrijpt daar niets van.

Tot slot

Fotografie is een kwestie van veel oefenen. Voor straatfotografie geldt dat nog veel meer. Magnum-fotograaf en vooral straatfotograaf Matt Stuart zegt daarover: ‘je bent op zoek naar dat ene briljante moment dat je 99% van de tijd niet vindt. Dat is precies waarom het de meest toegankelijke en de meest moeilijke soort fotografie is.' Dat is zeker zo, maar aan de andere kant is het ook gewoon heel leuk om door de stad te lopen, om je heen te kijken en foto's te maken. Het is dus niet alleen een toegankelijk en moeilijk genre, maar ook een heel leuke vorm van fotografie.

Dit artikel werd gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 3.2019. Klik hier om deze of andere edities te bestellen. 

afbeelding van Redactie

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie