Het zone-systeem: relevant of vergane glorie?

Amy Schutte 224 0
Ansel Adams (San Francisco, 20 februari 1902 — Monterey, 22 april 1984) was een Amerikaans fotograaf en fotografie instructeur. Adams is bekend van zijn indrukwekkende landschapsfoto’s in zwart-wit, geïnspireerd door een trip naar Yosemite National Park in 1916. Hij wordt gezien als een van de meest invloedrijke fotografen van de twintigste eeuw. Maar zijn grote nalatenschap is het zone systeem.

Zone systeem

Het zone systeem werd ontwikkeld en uitgewerkt door Ansel Adams en zijn collega Fred Archer. Het werd ontwikkeld voor zwart wit fotografie op film en het doel was om fotografen de mogelijkheid om van tevoren te bepalen hoe een foto eruit zou komen te zien. Hierop werd de belichting en ontwikkeling ingericht. Om niet afhankelijk te zijn van uitproberen, maar meer systematisch te werk te gaan, richten ze de zwart wit tonen in in 11 zones: van puur zwart naar wit. Elke zone is een stop lichter of donkerder dan de volgende.

  • Zone X - Wit zonder structuur, de kleur van het fotopapier: sneeuw in de zon (4 stops meer)
  • Zone IX - Wit met structuur: sneeuw in de schaduw (3 stops meer)
  • Zone VIII -Lichtgrijs: hele lichte huidtinten. (2 stops meer dan volgens camera)
  • Zone VII - Grijstint van de huid van een westerling (1 stop meer dan volgens lichtmeter)
  • Zone VI - Gemiddeld ( 18% grijskaart) grijs: donkere huid, verweerd hout (belichting volgens de camera)
  • Zone V - Gemiddeld gebladerte, donkere steen, schaduw in landschap (1 stop minder)
  • Zone IV - Donkerste zone met duidelijke structuur. Donkere onderwerpen (2 stops minder)
  • Zone III - Het begin van structuur in de schaduwen (3 stops minder)
  • Zone II - Bijna zwart. Geen structuur. (4 stops minder dan volgens de belichtingsmeter van de camera)
  • Zone I - Volledig zwart, zonder enige detaillering

Hedendaagse toepassing

Er zijn nog maar weinig fotografen die zich richten op analoge fotografie, en nog minder die dat uitsluitend in zwart wit tonen doen. Echter, het zone systeem kan ons, in deze tijd van digitale fotografie, nog steeds helpen. Hierbij moet opgemerkt worden dat het monochrome kleurverloop toegepast kan worden op het kleur equivalent van de grijstoon. Een blanke huid zal bijvoorbeeld vaak in zone VI vallen, blauwe lucht in V. Waar het vooral van pas komt, is de manier waarop we de spotmeter gebruiken.

Spotmeter

Wanneer de contrastomvang groter is dan de camera kan registreren, kan op basis van de metingen bepaald worden bij welke belichting de belangrijkste beeld partijen nog goed worden weergegeven en welke geen zichtbare detailinformatie meer zullen bevatten. Oorspronkelijk, in analoge fotografie, werd vooral gekozen voor een belichting die een goede belichting in de donkerste partijen gaf, omdat dat later door ontwikkelen van het negatief niet meer kon worden verbeterd. Bij digitale opnames wordt meestal gekozen om te belichten op de lichtste delen, omdat later detailinformatie die bij de opname werd gemist (overbelicht, blown out), verloren gaat en niet in de nabewerking kan worden teruggehaald. Hierbij wordt vaak gekeken naar het histogram (expose to the right). Gebruik je spotmeter daarom om de donkerste en de lichtste delen te meten. Het beste is als ze binnen zone III-VII vallen. Dit betekent dat, wanneer je je belichting hebt ingesteld, controleert of andere delen (donkerste dan wel lichtste, afhankelijk van welke je koos om je instellingen op te maken) niet voorbij die zone valt.

Op de belichtingsmeter van je camera betekent dat:

  • Zone III 3 = -2
  • Zone IV 4= -1
  • Zone V 5= 0
  • Zone VI 6= +1
  • Zone VII 7= +2

Praktijk

Sommige fotografen raden aan om een gebied te kiezen, deze op te meten met je spotmeter en de belichting vervolgens bij te stellen met het verschil in de zone die je in het eindresultaat wil met zone V (middengrijs). Stel dat je besneeuwde bergtoppen fotografeert en je wilt de besneeuwde gedeelten in zone VII. Meet ze en voeg dan twee f/stops aan je belichting toe. Zegt de belichtingsmeter bijvoorbeeld 500 bij f/16, ga dan voor 250 bij f/11.

Kalibreren

Natuurlijk is niet elke spotmeter op dezelfde wijze gekalibreerd (dit kun je overigens zelf bijstellen) en is elke camera anders. Niet elke camera heeft een even groot dynamisch bereik.

Doordrukken en tegenhouden

Ansel Adams en consorten pasten vervolgens de keuze voor papier en afdrukken hierop aan. Overigens maakte hij vrijwel altijd gebruiken van doordrukken en tegenhouden (dodge and burn), een middel uit de doka dat gebruikt wordt om bepaalde delen lichter of donkerder te maken. Dit gereedschap is in Photoshop en Lightroom ook te vinden, onder dezelfde benaming.

Met andere woorden, het zone systeem is nog steeds alive & kicking!

 

 

afbeelding van Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy