Filmen voor fotografen deel 4: Scherpstelling
Spiegelloze camera’s en DSLR’s met soortgelijke sensoren, hebben het scherpstellen veel gemakkelijker gemaakt. In sommige aspecten is het scherpstellen bij filmen sowieso gemakkelijker dan bij fotograferen. Toch blijven er nog wel wat zaken over om op te letten.
Dit is een artikel uit DIGIFOTO Pro 2.2025 en is geschreven door Dré de Man.
In deel 3 hebben we al gezien hoe regisseur Stanley Kubrick bij het maken van Barry Lyndon in 1975 de acteurs alleen toestond om zijwaarts te bewegen omdat anders de filmbeelden onscherp zouden worden. Sindsdien is er heel wat veranderd. Toegegeven, scherpstellen bij diafragma f/0,7 met een objectief voor handmatige scherpstelling is nog steeds niet gemakkelijk, maar zo’n scène kun je tegenwoordig ook filmen wanneer de acteurs zich op een natuurlijke manier bewegen. Zou je filmen met een AF-objectief bij f/1.2 (wat bij de hoge ISO-waarden gemakkelijk kan, zelfs met het licht van één kaars) dan is het helemaal veel gemakkelijker.
Maar ja, als de dingen gemakkelijker worden, dan gaan we het onszelf vaak weer moeilijker maken. Neem de Netflix-serie Adolence. Het bijzondere hiervan is dat die serie per aflevering uit één opname van één uur bestaat. De camera stopt nooit en er wordt maar één camera gebruikt. Dat levert bijzonder boeiende beelden op; je krijgt echt het gevoel dat je een van de personen uit het verhaal bent. Maar het betekent ook dat de camera voortdurend moet scherpstellen en er worden geen bijzonder kleine diafragma’s gebruikt, erg knap! Aan het eind van deel twee zien we zelfs een scène waarin de camera eerst een meisje filmt en dan zo’n dertig meter de lucht in vliegt over enkele straten heen vliegt om dan weer op een heel andere plaats te landen en een verder te gaan met beelden van een man van heel dichtbij. De truc was dat de camera werd vastgeklikt aan een drone en later weer losgemaakt werd. Maar als je goed kijkt, zie je ook dat in de situatie gebruikgemaakt wordt van een korte brandpuntsafstand en een vrij klein diafragma.
Regisseur Philip Barantini zegt ook dat het extreem veel voorbereiding gekost heeft; de acteurs moesten zo vaak oefenen dat het acteren deel van spiergeheugen werd. (Zie verder: The Making Of Adolescence: The One-Shot Explained | Netflix op YouTube.) Dat verschilt dus niet zoveel van de moeilijkheden die Stanley Kubrick ondervond bij zijn opnamen. Aan de andere kant zijn de mogelijkheden ook enorm toegenomen.
Bron: Netflix
Als je geen speelfilms of Netflix-series produceert, zijn de eisen veel minder hoog. Je kunt het jezelf met de huidige techniek net zo moeilijk of makkelijk maken als je wil. Toch kan het geen kwaad te beginnen met het ideaal dat we kennen van speelfilms, dan kunnen we daarna kijken in welke mate en op welke manier we daar vanaf kunnen en willen wijken.
Eisen
De scherpstelling bij video en film voldoet idealiter aan twee eisen. Het eerste is dat het hoofdonderwerp scherp is. Op zich is dat niet zo’n probleem, scherpstellen kennen we al uit de fotografie. Maar als je iemand filmt die niet dood of bewusteloos is of slaapt, zal die vroeg of laat gaan bewegen en dan beginnen de moeilijkheden. Nog moeilijker wordt het als je moet wisselen van de ene persoon naar de andere of naar een voorwerp. Neem een bruidspaar en de rituelen rond de ringen. Je moet eerst de ene persoon filmen, dan de handen en de ring, dan weer de andere en dan weer de handen. Dat zijn minimaal vier wisselingen, maar in feite veel meer, omdat de personen bewegen. Met een grote scherptediepte en korte brandpuntsafstanden kun je je daar vrij gemakkelijk vanaf maken, maar dat ziet er dan vaak nogal amateuristisch uit.
De tweede eis is dat het scherpstellen op zich niet storend zichtbaar mag zijn en dat bij het overgaan van het ene onderwerp naar het andere die overgang ook logisch is. Om weer terug te keren naar het bruidspaar: wanneer we wisselen van een close up van de handen naar een persoon en die persoon is eerst volkomen onscherp en wordt dan van het ene op het andere moment scherp, dan ziet dat er heel onrustig en lelijk uit.
Nu hebben we één heel groot voordeel vergeleken met de regisseur van Adolesence: we hoeven niet alles in één shot (opname) te filmen. We kunnen er meerdere maken en/of twee camera’s gebruiken. Bij de montage snijden we dan de stukjes eruit waarbij het scherpstellen niet helemaal ideaal is. Het tweede voordeel is dat, zeker als de opnamen een spontaan en/of reportage achtige karakter hebben, ook minder hoge eisen stellen aan de scherpstelling en aan de zichtbaarheid ervan. Het blijft echter altijd iets waar je aandacht aan moet besteden – liefst vóórdat je begint te filmen.
Technieken
Er zijn drie belangrijke technieken bij het scherpstellen:
- Handmatig, al dan niet met follow focus
- AF met enkelvoudig scherpstellen
- AF met continue scherpstelling
Handmatig
Bij films of series wordt nog steeds vrij veel handmatig scherpgesteld, maar dan met wat technische hulpjes. In de tijd van Kubrick werd er gewoon met een liniaal opgemeten hoe ver de acteurs op verschillende momenten van de camera waren en aan de hand daarvan werd de scherpstelling handmatig geregeld. Tegenwoordig heb je systemen waarbij dat met een elektromotor gebeurt en je kunt zelfs de scherpstelafstanden in de tijd programmeren.
Bron: Netflix
Langzaam maar zeker gaan we naar systemen toe waarbij dat elektronisch gebeurt met objectieven die gebruik maken van focus by wire. Dat is dus theoretisch nog handmatig maar technisch gezien bijna autofocus. Autofocus wordt ook steeds vaker gebruikt, vooral in situaties waarin mensen gevolgd worden die op een vrij onvoorspelbare manier bewegen.
Ik denk dat we spoedig een verregaande integratie zullen zien plaatsvinden van autofocus en geavanceerde follow focus-systemen en systemen (kranen en dergelijke) die de camera laten bewegen. Nikon bijvoorbeeld, heeft eerst een bedrijf overgenomen op dit gebied en later een van de belangrijkste producten van professionele videocamera’s, RED. Ik denk dat we in de toekomst op dat gebied nog opzienbarende ontwikkelingen gaan zien, ook in combinatie met AI. Voorlopig kun je dat soort systemen nog niet kopen, maar verder kun je je het zo moeilijk of makkelijk maken als je wilt. Als je onderwerp niet beweegt of je een scène op afstand filmt, dan hoef je helemaal niet scherp te stellen bijvoorbeeld. Gebruik je een klein diafragma en een korte brandpuntsafstand, dan waarschijnlijk ook niet.
Een hulpmiddel dat ik persoonlijk bij handmatige scherpstelling bij fotograferen niet en bij filmen juist wel gebruik, is peaking. Daarbij zie je in de zoeker of op de monitor (meestal rode) randen rond de delen die scherp zijn. Rustig de scherpte handmatig bijregelen met behulp van peaking is vrij goed te doen. Handmatig scherpstellen met een draaiknop of een handle is vrij goedkoop en peaking zit al in bijna alle camera’s, dus dit is een heel reële methode. Een wat grotere externe monitor kan bij het scherpstellen ook handig zijn, maar de huidige elektronische zoekers geven ook een goed beeld van de scherpte.
Autofocus
De eerste DSLR die ook kon filmen was de Nikon D90 uit 2008. De D90 was weliswaar een reflexcamera, maar had ook autofocus bij filmen. Voor het filmen klapte de spiegel omhoog . Het nadeel van deze en bijna alle DSLR’s met video-mogelijkheid, was dat die contrast gebaseerde scherpstelling gebruikten. Deze was te langzaam voor het scherpstellen tijdens het filmen. Met beeldsensoren met fase gebaseerde scherpstelling ging de scherpstelling beter. Toch zien we dat pas de camera’s van de allerlaatste generatie, die gebruik maken van stacked sensoren, werkelijk heel goed scherpstellen tijdens het filmen.
Of je nu beschikt over zo’n nieuwe dure camera, of over een camera die minder snel scherpstelt, de technieken komen sterk overeen met die voor het scherpstellen bij fotografie. Je maakt dus gebruik van scherpstelvelden, bepaalt of en op welke wijze een onderwerp gevolgd wordt en gebruikt onderwerpsherkenning.
Toch is er één groot verschil: eenmalige scherpstelling lijkt op die bij fotograferen, maar na het scherpstellen druk je niet af maar film je verder. Het is dus zeer waarschijnlijk dat je daarna nóg een keer moet scherpstellen.
Continu scherpstellen bestaat bij video daarom in twee varianten. De eerste is vergelijkbaar met die voor fotograferen: de camera stelt scherp en blijft scherpstellen zolang je de ontspanknop half ingedrukt houdt. De tweede is écht continue: de camera blijft scherpstellen zolang je filmt.
Met die drie keuzemogelijkheden kom je al een heel eind. Maar er is nog een belangrijke hulp. Bij veel camera’s kun je ook de snelheid van scherpstellen instellen. Stel je namelijk langzamer scherp dan bij fotograferen, dan heeft dat twee voordelen. Het eerste voordeel is dat het een stuk gemakkelijker wordt voor de camera. Het tweede voordeel is dat het scherpstellen er nu ineens filmisch gaat uitzien en nauwelijks of niet stoort.
Omdat korte momenten waarop de scherpte niet helemaal optimaal is niet opvallen, worden bewegende onderwerpen (of een bewegende camera) vrij onproblematisch, zeker in HD. Bij 4k ga je kleine scherpstelfoutjes al goed zien en bij 8k worden ze genadeloos zichtbaar. Iets soortgelijks geldt voor diafragma’s en scherptediepte: film je met een 85mm bij f/1.2 dan
is het voor de meeste mensen heel moeilijk om een goede scherpte te bereiken, bij 35mm en f/8 is het een koud kunstje, zelfs met handmatige scherpstelling.
Conclusie
Je hebt heel veel mogelijkheden om het scherpstellen tijdens het filmen goed te laten verlopen. De scherpstelmethoden, de scherpstelsnelheid, de scherptediepte (brandpuntsafstand en diafragma) maar ook de montage en het gebruik van meerdere camera’s.
Toch is het in situaties waarin je, anders dan in een speelfilm, niet de controle hebt over wie of wat er wanneer gaat bewegen, af en toe een uitdaging, zeker met wat langzamer scherpstellende camera’s. Daarom is het aan te bevelen om het filmen zo veel mogelijk te laten lijken op het maken van een speelfilm. Als je geen draaiboek kunt maken, dan kun je in ieder geval voor jezelf even nagaan wat er zoal kan gebeuren, zodat je oplossingen kunt verzinnen. Ideaal is het, wanneer je met zijn tweeën filmt en nog met een derde stationaire camera. In zo’n geval heb je altijd genoeg beelden om bij de montage ervoor te zorgen dat het eindresultaat er heel professioneel gaat uitzien. Hoe je dat bij de montage doet, bespreken we in deel vijf.
Heb je de vorige delen gemist? Klik hier voor deel 1, klik hier voor deel 2 en klik hier voor deel 3.