Boektip: De Snelfotograaf

Boektip: De Snelfotograaf

Redactie DIGIFOTO Pro

‘Kom jongens, even op de foto!’ Snel een fotootje maken met je vrienden, familie of zelfs op je werk; nog voor je ‘cheese’ kan zetten staat het al op je telefoon. Wij hoeven hier niemand uit te leggen dat dat 100 tot 200 jaar geleden wel anders was. Maar waar de eerste foto nog 8 uur kostte om te maken, kwam daar aan het begin van de 20e eeuw verandering in met de Snelfotograaf.

Achter de zo normaal geworden portretfoto’s zit een fascinerende geschiedenis. In zijn boek legt Róman Kienjet uit hoe de fotografie zich ontwikkelde van een uren durende bezigheid tot een gevalletje ‘klaar-terwijl-u-wacht.’ Je leest hoe de fotografie begon met vergezichten, hoe snelle portretfoto’s steeds populairder werden en waar de selfie zijn bescheiden begin maakte.

Van lange belichting naar instantportret

De vroege fotografie was allesbehalve spontaan. Camera’s waren groot, zwaar en technisch complex, en fotografen moesten vaak werken met lange belichtingstijden. Modellen moesten minutenlang stilzitten, soms zelfs ondersteund door metalen houders om beweging te voorkomen. Het resultaat: formele, vaak stijve portretten die weinig ruimte lieten voor spontaniteit.

Met technologische verbeteringen – zoals gevoeligere fotografische platen en betere objectieven – werd fotografie langzaam sneller. Aan het begin van de twintigste eeuw ontstonden nieuwe vormen van portretfotografie waarbij fotografen op straat of op evenementen snelle portretten konden maken. Deze fotografen werden bekend als snelfotografen: vakmensen die hun apparatuur zo hadden ingericht dat foto’s vrijwel direct konden worden ontwikkeld en meegegeven.

De opkomst van ‘klaar terwijl u wacht’

Het principe van ‘klaar terwijl u wacht’ was destijds revolutionair. Waar een portretfoto voorheen een geplande en vaak kostbare aangelegenheid was, konden mensen nu spontaan een foto laten maken op straat, bij een markt of tijdens een evenement.

De Snelfotograaf werkte vaak met mobiele studio’s of compacte opstellingen. In sommige gevallen werd de foto ter plekke ontwikkeld, waardoor klanten binnen enkele minuten een afdruk in handen hadden. Het was een vorm van fotografie die verrassend veel lijkt op hoe wij vandaag beelden maken en delen: snel, direct en laagdrempelig.

Kienjet beschrijft hoe deze praktijk niet alleen een technische innovatie was, maar ook een sociale verandering. Fotografie werd toegankelijk voor een breder publiek en maakte deel uit van het dagelijks leven, een ontwikkeling die uiteindelijk zou leiden tot de massale beeldcultuur van vandaag.

Het begin van de selfie

Hoewel de term selfie natuurlijk pas veel later ontstond, liggen de wortels van dit fenomeen volgens Kienjet verrassend ver in het verleden. Al in de vroege dagen van de fotografie experimenteerden fotografen en amateurs met zelfportretten, vaak met behulp van spiegels of ingewikkelde timers.

De populariteit van snelle portretten droeg bij aan deze ontwikkeling. Zodra fotografie minder tijd en voorbereiding vereiste, werd het ook aantrekkelijker om zichzelf vast te leggen. Daarmee ontstond een visuele traditie die uiteindelijk zou uitgroeien tot de selfie-cultuur van de smartphone.

Róman Kienjet en de Snelfotograaf

Róman Kienjet is een Nederlandse kunst- en fotografiehistoricus. Hij onderzoekt en cureert voor verschillende instanties, zoals het Nederlands Fotomuseum en het Rijksmuseum. Ook is hij curator van de hoofdtentoonstelling van Fotofestival Naarden. Naast dit boek deelt hij zijn vondsten ook in het blad Fotografisch Geheugen, waar hij hoofdredacteur van is.

De Snelfotograaf is een fantastisch boek voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van de fotografie. Het geeft een inkijkje in een tijd die lang vergeten is en geeft je, voor de volgende keer dat je een selfie met iemand maakt, goed gespreksvoer.

Adviesprijs €30,99 | Publicatiejaar 2022 | Uitgeverij Walburg Pers

afbeelding van persberichten_179864

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie