In de Spotlight: Jean Pierre Cremers
Tussen de honderden beelden die dagelijks voorbijscrollen in onze feed, zit soms die ene foto die je even doet stoppen. Een beeld dat opvalt, omdat het anders is dan de rest. In de gallery van DIGIFOTO Pro zien we ze regelmatig, maar het werk van Jean Pierre Cremers (1951) bleef echt hangen. Zijn zelfportretten zijn eigenzinnig, tot in detail uitgedacht en een tikkeltje vreemd. Ze wekken nieuwsgierigheid, bevatten humor en blijven boeien. In dit interview vertelt hij over zijn manier van werken en neemt hij je mee in zijn wereld vol ideeën en verbeelding.
Dit is een artikel uit DIGIFOTO Pro 6.2025 en is geschreven door Nina Oomen.
Jean Pierre Cremers groeide op in ’s Gravenvoeren, een dorpje net over de Belgische grens. Daar woedde in de jaren ’60 een hevige strijd tussen Waals- en Vlaamsgezinden om de Voerstreek. Nederlandse straatnamen werden doorgestreept en vervangen door Franse namen en andersom. ‘Demonstraties en gevechten zetten beide meningen kracht bij,’ vertelt Jean Pierre. ‘Zelfs in het café van mijn ouders, waar iedereen elkaar kende, werd de strijd gevoerd.’ Toen de spanningen te groot werden, vluchtte het gezin. Ze vonden onderdak in Nuth, in het ouderlijke huis van zijn vader. Vanuit daar ging Jean Pierre naar de detailhandelsschool in Maastricht. Na zijn opleiding kon hij als etaleur aan de slag bij Vroom & Dreesmann in Heerlen. Daar ontdekte hij iets wat zijn latere werk als fotograaf sterk zou beïnvloeden. ‘Etaleren is ensceneren, en in die wereld van vitrines en decor leerde ik hoe je met beelden kon verleiden. Ik leerde om de wereld wat mooier en wat sprookjesachtiger te maken en zo de aandacht van het winkelend publiek te trekken.’ Uiteindelijk heeft Jean Pierre hier vijfentwintig jaar gewerkt. ‘Het was een fantastische tijd, alles was mogelijk. Je kon het zo gek niet bedenken,’ zegt hij lachend.
Fotografische reis
Jean Pierre was pas twaalf jaar oud toen hij zijn eerste fototoestel in handen kreeg; een klein KODAK-cameraatje. Hij volgde zijn passie door zich aan te sluiten bij een fotoclub in jongerencentrum Inpoet, in Heerlen. ‘Dit was nog in de tijd van fotorolletjes en de donkere kamer. Hier werd dan ook volop geëxperimenteerd en geïmproviseerd.’ In 1979 richtte Jean Pierre, samen met enkele mede-fotografieliefhebbers, een eigen fotoclub op, genaamd FotoF Limburg. De uitwisseling van ideeën en technische kennis zorgde voor een verdere groei in zijn werk. De leden kwamen maandelijks bij elkaar en trokken er samen op uit met hun camera’s.
‘Tijdens die uitstapjes ontdekte ik onder andere de Zinneke Parade in Brussel, een tweejaarlijkse optocht van kleurrijke groepen met muziek, dans, kostuums en decors. Ook bezocht ik het feest van Maria Hemelvaart in Luik, waar ik mijn oog bleef trainen voor ritme, detail en menselijke expressie,’ deelt hij. ‘Een ander voordeel van de fotoclub was dat er af en toe iemand kon worden uitgenodigd die veel wist over een bepaald fotografie-onderwerp. Ook toen de digitale fotografie in opkomst kwam, werd er een deskundige gevraagd om daar meer over te vertellen.’ De digitale fotografie bracht Jean Pierre veel. Vooral het bewerken van foto’s bood plotseling eindeloze mogelijkheden.
Een foto, of het nu een landschap of een portret is, moet verwonderen, vindt Jean Pierre. 'Hoe kan dit?' of 'Wat zie ik?' is de reactie die hij hoopt op te roepen. ‘De kijker moet even in verwarring raken.’ Om dat te bereiken, zet hij de werkelijkheid graag een beetje naar zijn hand. ‘Dat doe ik op twee manieren,’ legt hij uit. ‘De eerste is door de personen en voorwerpen die ik fotografeer zorgvuldig in scène te zetten. De tweede is door te spelen met al gemaakte foto’s op de computer, door te Photoshoppen.’ Voor het ensceneren gebruikt Jean Pierre decors en allerlei attributen zoals een boomstronk, een ballon of een schilderijlijst. Ook heeft hij een grote schminkset, voor de momenten dat hij zichzelf voor de camera zet. ‘De computer biedt weer andere mogelijkheden om de werkelijkheid te manipuleren. Zo spiegel ik regelmatig een landschap of mijn eigen hoofd binnen één foto, waardoor een vervreemdende symmetrie ontstaat!’ Wat hij ook vaak doet, is zijn eigen hoofd plaatsen in een andere foto. Een mooi voorbeeld daarvan is zijn serie over muurschilderingen in Heerlen. ‘Door het vakkundig verwerken van mijn hoofd in deze schilderingen kon ik mezelf telkens een rol toebedelen in de voorstelling.’
Dichterbij dan je denkt
‘Mensen willen vaak ver weg om iets moois te zien,’ zegt Jean Pierre. ‘Maar wie de tijd neemt om goed te kijken, ziet dat er in de eigen omgeving vaak meer bijzonders schuilt dan je denkt.’ De laatste vijftien jaar voor zijn pensionering werkte Jean Pierre als postbode. Hij kwam toen vaak in de buurt van Grijzegrubben en de omliggende gehuchten tot aan de Valkenburgerweg. Sinds zes jaar woont hij in Wijnandsrade, waar een van zijn favoriete plekken de Allee is. Deze plek vormt het onderwerp van een serie die nog niet af is. ‘Bij het fotograferen gebruik ik het contrast tussen de rust die de eeuwenoude bomen uitstralen en de snel langsrazende auto’s, die als kleurige schimmen in beeld verschijnen. Het begon toen de bomen net gesnoeid waren, dan zijn ze zo grafisch. Maar toen de eerste blaadjes eraan kwamen, werd het weer mooi op een heel andere manier.’ In 2015 exposeerde Jean Pierre in de galerie van de inmiddels overleden Paula Souren. Tijdens deze tentoonstelling werden ook de eerste foto’s van de Allee gepresenteerd.
Een legacy
Nu hij met pensioen is, heeft Jean Pierre eindelijk alle tijd voor zijn grote liefde: de fotografie. De laatste jaren maakt hij vooral zelfportretten. ‘Veel kunstenaars hebben door de eeuwen heen hun beeltenis vastgelegd. Denk aan namen als Rembrandt, Van Gogh en Andy Warhol. Rembrandt liet in zijn zelfportretten zijn status zien; als zelfbewuste jonge man, als gevierd kunstenaar en als wijze oude man. Soms figureerde hij in zijn grote doeken,’ legt Jean Pierre uit. ‘Ook in de Nachtwacht gaf Rembrandt zichzelf een plek, net zoals ik dat deed in mijn murals.’ Even beroemd zijn natuurlijk de zelfportretten van Vincent van Gogh, met hun expressieve verftoetsen, felle kleuren en sterke emotionele lading. ‘Van Gogh ging een eenzame weg, maar door zijn zelfportretten konden we hem als mens en kunstenaar volgen in zijn intense leven. Dat fascineert mij enorm.
En nu is het dan eindelijk de beurt aan mij,' zegt Jean Pierre met een knipoog. 'Zeker nu ik vierentwintig uur per dag de beschikking heb over een fantastisch en bereidwillig fotogeniek model.’ In zijn foto’s neemt hij zichzelf mee naar een fantasiewereld en speelt hij een hoofdrol als sprookjesfiguur, komiek, filosoof of wat hij ook maar wil zijn. Op zijn 69e verjaardag, vlak na de coronaperiode, organiseerde Jean Pierre een expositie in Galerie 7 tien 49 bij Stella Houtvast in Nuth. Met 69 zelfportretten, onder het welluidende thema Soixante Neuf. ‘Met die anderhalve meter afstand was het me toen niet gelukt om 69 foto’s te exposeren, maar nu kan dat gelukkig wel!’
Benieuwd naar de rest van het werk van Jean Pierre Cremers? Kijk dan op jeepee.weebly.com. Voor meer informatie over FotoF Limburg kan je terecht op fotoflimburg.weebly.com.
Lees nu ook:
De kunst van het maken: een overtuigend fotoboek
ZR-firmware 1.10 tilt Nikon's filmcamera naar professioneel niveau