Op pad met filtersets

Geef jouw visie kracht met filters

Redactie 388 0
Voordat je op de ontspanknop drukt, heb je al verschillende keuzes gemaakt. Compositie, lenskeuze, tijdstip, onderwerp, ga zo maar door. Met filters kun je jouw interpretatie en visie nog meer kracht bij zetten.

Filtersystemen zijn erg populair en worden veel toegepast bij het fotograferen van landschappen, natuur, architectuur en ook bij het fotograferen van mensen. Een filtersysteem is in de basis opgebouwd uit drie onderdelen. De adapterring, de filterhouder en de filters zelf. De adapterring schroef je op het objectief, waarop je vervolgens de filterhouder plaatst. Voor iedere filtermaat van je objectieven schaf je een adapterring aan. De filterhouder past vervolgens op al deze adapterringen. In de filterhouder kun je één of meerdere filters plaatsen. Zo kun je dus ieder filter op al je objectieven toepassen in tegensteling tot schroeffilters, die je per objectief moet aanschaffen.

Lees ook: Review NiSI V5 Pro 2-filterkit

Welke filters gebruik je het meest?

En als je dan eens rondkijkt op de website van de fabrikant, dan ontdek je de grote verscheidenheid aan filters die je inmiddels kunt krijgen. Het zijn er meer dan je waarschijnlijk ooit nodig zult hebben. Er zijn echter drie filters die veel gebruikt worden, namelijk het grijsverloopfilter, het grijsfilter en het polarisatiefilter. Deze filters worden veel gebruikt bij het fotograferen van landschappen, natuur, architectuur en soms zelfs bij het fotograferen van mensen. Fabrikanten leveren vaak al verschillende complete sets met een aantal belangrijke basisfilters, zodat je gelijk kunt beginnen. Zie hiervoor ook het artikel van Remco Stunnenberg in DIGIFOTO Pro 3.2018, waarin hij uitgebreid de NiSi V5 Pro 2 filterkit beschrijft.

Grijsfilter en grijsverloopfilter

Grijsfilter en grijsverloopfilter zijn de Nederlandse benamingen voor Neutral Density Filter en Graduated Neutral Density Filter. In publicaties en op het internet wordt dit vaak afgekort tot ND filter en GND filter. Wat deze filters doen, is inmiddels wel bekend, maar toch nog even in het kort: ND filters verminderen het licht dat op de hele sensor valt waardoor je kunt werken met lange sluitertijden. Bijvoorbeeld om stromend water “stil” te zetten. Je zou ook een klein diafragma kunnen kiezen maar dat is vaak onvoldoende om het gewenste effect te bereiken. Of wellicht gebruik je een ND filter omdat je graag met een groter diafragma werkt voor een kleinere scherptediepte. De filters zijn verkrijgbaar in verschillende sterktes welke 1, 2, 3 stops aan licht tegen houden, tot wel 15 stops aan toe. De GND filters zijn in principe gelijk aan gewone ND filters met dat verschil dat de ene helft van het filter donkerder is gemaakt waardoor er licht tegen wordt gehouden, de andere helft laat het licht ongehinderd door. Je plaatst het filter zo in de filterhouder dat het donkere deel van het filter het licht van bijvoorbeeld een te heldere lucht tegenhoudt. Ook deze filters zijn er in verschillende sterktes die meer of minder stops aan licht tegen kunnen houden. Ook de overgang van donker naar licht kan variëren. Er zijn filters met een zachte, een harde of een medium overgang. Welk filter je kiest, hangt sterk af van je onderwerp. In de beschrijving bij de foto’s leg ik uit waarom en hoe ik welk filter heb gebruikt.

Goed belichten met grijsverloopfilters

Als je een grijsverloopfilter gaat gebruiken is het goed om stil te staan bij de juiste manier van belichten. De automatische belichtingsmeter in de camera ‘weet’ immers niet dat er een filter voor de lens zit, en zal vervolgens het filter meenemen in de berekening van de belichtingstijd en het effect van het filter grotendeels te niet doen. Om dit te voorkomen, zet je de automatische belichting uit en ga je over op het handmatig bepalen van de juiste instellingen. Bepaal dan eerst de belichting voor de donkere partijen die goed doortekend moeten zijn. Vervolgens bepaal je de belichtingstijd voor de heldere partijen in het beeld. Kijk nu hoeveel stops er tussen deze twee belichtingen zit. Stel je voor dat je op 12 stops uit komt terwijl je weet dat je voor jouw camera mooie beelden maakt met een contrastomvang van maximaal 10 stops. In dat geval neem je een grijsverloopfilter van 2 stops om de contrastomvang van 12 stops terug te dringen naar 10 stops. Heb je geen zin in het rekenwerk of doe je het liever op gevoel? Je kunt natuurlijk ook proefondervindelijk vaststellen welk grijsverloopfilter het mooiste resultaat geeft. Belangrijk is in ieder geval wel dat je de automatische belichting uitschakelt en de belichting afstemt op de donkere partijen. Let ook maar eens op je histogram als je het grijsverloopfilter voor de lens plaatst. Je ziet de lichte partijen dan verschuiven in het histogram.

Grijsfilter gebruiken

Met een grijsfilter werk je vaak met lange sluitertijden, dus zet je de camera eerst op een statief om bewegingsonscherpte te voorkomen. Ook bij het grijsfilter zet je de automatische belichting uit. Grijsfilters van 10 of 15 stops zijn zo donker dat nauwkeurig lichtmeten door het filter heen niet mogelijk is. Dit geldt trouwens ook voor de autofocus, bij hele donkere grijsfilters werken deze ook niet meer of zijn op zijn minst onbetrouwbaar. Handmatig scherpstellen dus. Gebruik je hele lange sluitertijden, bijvoorbeeld enkele minuten, dan zet je de camera in de B-stand. In deze stand blijft de sluiter net zo lang open als de ontspanknop wordt ingedrukt.

Polarisatiefilter

Het polarisatiefilter wordt gebruikt om kleuren intenser te maken zoals bijvoorbeeld blauwe luchten en groene bladeren. Het filter kan ook reflecties uit metaal filteren, of reflecties in water tegen gaan. Een polarisatiefilter is in staat om het licht in één richting door te laten. Het licht dat reflecties bevat en onder een andere hoek op het filter valt, wordt dan tegengehouden. Het effect van een polarisatiefilter kan versterkt of verzwakt worden door het filter te draaien. Kijk maar eens door de lens terwijl je aan het filter draait. Je kunt het effect dan duidelijk zien. Ook hier geldt de regel dat overdaad schaadt. Blauwe luchten kunnen snel onnatuurlijk donker tot zwart worden door een te sterk polarisatie effect. Ook als je alle reflecties uit het onderwerp verwijdert, kan het er onnatuurlijk uit gaan zien. Uitproberen dus hoe ver je kunt gaan. Gebruik je een objectief waarbij de frontlens meedraait met scherpstellen, denk er dan aan dat je polarisatiefilter in dat geval ook meedraait. Na scherpstellen dus even opnieuw je polarisatiefilter instellen.

Afstandsbediening

Bij deze lange sluitertijden is er wel kans op onscherpte door trillingen van je camera en je statief. Een wat zwaarder statief is daarom erg prettig, maar gebruik ook een afstandsbediening. Je hoeft dan niet aan de ontspanknop te komen op het moment dat je de foto maakt. Sommige afstandsbedieningen hebben een ingebouwde timer waarop je de tijd kunt instellen waarbij de sluiter open moet blijven staan. Handig, de belichting eindigt automatisch als de ingestelde tijd verstreken is. Sommige camera’s hebben de mogelijkheid om de spiegel op te klappen voordat je op de ontspanknop drukt. Zo voorkom je trillingen die eventueel door de spiegel veroorzaakt worden.

Combinaties van filters

Probeer vooral veel te experimenteren met je filterset. Je kunt ook filters met elkaar combineren. Bijvoorbeeld een polarisatiefilter om de lucht blauwer te maken in combinatie met een grijsverloopfilter om het effect nog een beetje extra aan te zetten. Ook een grijsfilter in combinatie met een grijsverloopfilter kan leuke resultaten opleveren. Probeer het maar eens!

Meer lezen over filters in DIGIFOTO Pro 4.2018

Dit artikel werd geschreven door Jan Duker. Hij maakte er ook de foto's bij. Het artikel werd gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 4.2018. Wil je deze en/of andere edities nabestellen? Dat kan gemakkelijk in onze webshop

afbeelding van Redactie

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie