Twintig tips voor je eigen thuisstudio

Redactie 6041 0
Het inrichten van een studio lijkt op het inrichten van je huis. Je kunt er verschrikkelijk veel geld aan uitgeven, je kunt het ook doen met wat dingen die je bijna voor niets krijgt. Waarmee bereik je het beste resultaat? Met één lamp, een eenvoudige set of met alle soorten lampen en softboxen die er bestaan?

Als je begint met studiofotografie mis je de kennis en ervaring om te weten welke lampen je wilt gaan gebruiken. Geen ideale situatie, want je moet ze wel aanschaffen. Daarom helpen we je in dit artikel een beetje op weg. In twintig bruikbare tips bespreken we het materiaal dat je kunt aanschaffen, van het goedkoopste en meest noodzakelijke tot de zaken die heel leuk zijn, maar die je nog even kunt uitstellen.

De (bijna) gratis thuisstudio

Kijk eens naar de schilders uit de Gouden Eeuw, wie wil er nu geen Rembrandt of Vermeer zijn? Wat voor licht gebruikten zij? Ja, daglicht! Geen gewoon daglicht, maar gereflecteerd licht. Heb je het geluk dat je in een huis met grote ramen en mooi licht woont, dan heb je dus een gratis thuisstudio. Met een redelijk lichtsterk objectief en een lichte verhoging van de ISO-waarde ben je er dan al.

Reflectiepanelen

Zelfs in de ideale situatie heb je vaak nog wat accessoires nodig. Omdat je maar één lamp hebt met een heel grote softbox (het daglicht) kun je de schaduwen niet reguleren. Is je kamerstudio heel wit, dan heb je waarschijnlijk net te weinig schaduw. Heb je donkere wanden of grote donkere wandkasten, dan heb juist (te) veel schaduw. Gelukkig kun je de schaduwen reguleren. Met een wit reflectiepaneel kun je ze ophelderen, met een zwart reflectiepaneel kun je ze donkerder maken. Als alternatief kun je ook gebruik maken van een opvouwbare reflector. Daarbij heb je dan wel bevestigingsmateriaal nodig – of een assistent. De afstand van het reflectiepaneel tot je onderwerp bepaalt de mate waarin het contrast aangepast wordt. Ideaal is het werken met een losse belichtingsmeter. Daarmee kun je dan precies het verlichtingscontrast meten, daarover straks meer!

De standaardset

Als je geen mooi daglichtstudio hebt of ook ’s avonds of op momenten met weinig licht wil werken, dan heb je lampen nodig. De goedkoopste lichtsetjes bestaan uit twee flitsers met vrij kleine softboxen. Zo’n setje is op zijn best geschikt om als hoofdlicht en zijlicht te dienen – of om reproducties te maken. De softboxen zijn ook net te klein om echt zacht licht te geven, tenzij je heel dicht bij je onderwerp bent. Werkt dus redelijk met productfotografie, maar is in de praktijk vaak niet genoeg.

Triggers

De goedkoopste flitsers worden met een kabel geleverd. Steek je die in je camera dan kun je in principe flitsen. Je kunt echter ook een of meer flitsers omvertrekken met de kabel of erover struikelen. Je wordt hoe dan ook beperkt in de plaats waar je wilt gaan staan. Een trigger of zender is dan een stuk handiger. Die werkt draadloos en bestaat uit twee delen: eentje voor je camera en de andere voor je flitser. De andere flitsers reageren dan via hun ingebouwde trigger die zowel op het infrarood signaal als op het licht van de flits reageert. Let er wel op dat de trigger meerdere kanalen heeft en dat je een reservebatterij erbij koopt.

Paraplu’s

Paraplu’s zijn de goedkoopste mogelijkheid om het licht van een studioflitser te reguleren. Je heb twee soorten: reflecterende paraplu’s en paraplu’s om doorheen te flitsen. Dat laatste geeft het zachtste licht maar gezien de prijs kun je goed allebei de soorten kopen en kijken wat je wanneer nodig hebt.

De iets grotere set

De iets grotere set bestaat uit drie lampen, een hoofdlicht, zijlicht en een licht om het model wat diepte te geven en/of om de achtergrond te verlichten. Dat is een mooie basis, maar om het echt professioneel aan te pakken, heb je nog extra zaken nodig. Reflectieschermen hebben we al genoemd, maar er is nog veel meer!

De Octa softbox

Wil je mooi zacht licht, dan moet je een octa gebruiken. Die past – als je de juiste koopt – op de flitsers uit je set. In principe geldt: hoe groter, des te zachter, dus de grote versie van 180 centimeter is heel prettig. Voor kleinbehuisden kan het echter wel een probleem vormen, kies dan eerder voor 150 centimeter.

Lampstatieven

Bij de aanschaf van een Octa softbox, moet je gaan kijken naar statieven. De kleine sets worden vaak al geleverd met een statief, maar meestal zijn die aan de lichte kant. Stevigere statieven zijn, zeker voor een grote softbox, een must. Kies bij voorkeur voor statieven met een lange zijarm en een contragewicht.

Flitslichtmeters

Bij het gebruik van studioflitsers werk je op basis van geheel handmatige belichting. Sommige flitsers werken wel samen met het belichtingssysteem van de camera, maar dat zijn uitzonderingen. Je kunt natuurlijk de belichting vaststellen via trial and error en de hogelichtenwaarschuwing, maar met een flitslichtmeter gaat het beter. Bij het instellen van licht in de thuisstudio of daarbuiten, is zo’n meter heel handig. Zo kun je ook het verlichtingscontrast meten. Drie stops is aardig, vier is al behoorlijk contrastrijk en twee is aan de vlakke kant. Je kunt in theorie dat contrast ook meten met je instellicht, want dat is normaliter proportioneel. Voorwaarde is dan wel dat het verder in de thuisstudio donker is. Een flitsbelichtingsmeter meet alleen de flits, dus daarmee heb je dat probleem niet. Wil je het helemaal goed doen, dan heb je een vlak voorzetstukje nodig, zodat je alleen het licht meet van één kant.

Spot, grid en/of kleppen

Licht moet je temmen. Beperk je het niet, dan gaat het overal naartoe en krijgt je foto geen diepte. Wil je op je achtergrond een mooie lichtcirkel, dan kan een spot of snoot goede diensten doen. Een spot is ook heel mooi om het haar van achteren te verlichten. Een grid zorgt ervoor dat je licht rechtuit gaat, maar toch zacht blijft. Ook dat is aan te bevelen. Een verder heb je nog kleppen, die als je je flitser zonder softbox maar met een kleine lampreflector gebruikt, afkapt in de richting waar je geen licht wilt hebben.

Lange softbox, striplight

Wil je staande personen goed uitlichten of juist de achtergrond, dan is een lange smalle softbox goed geschikt. Het is wel een redelijk specifieke toepassing, dus je hebt ze niet altijd nodig.

Zoomlicht

De Para is een zeer flexibele maar ook dure vorm om je licht te reguleren. Het mooie ervan is dat hij traploos zachter en harder licht maakt; ook op afstand. Dat effect kun je deels ook bereiken door softboxen lampen verder weg of dichter bij te plaatsen, maar dan verandert de rest van je licht ook en het is nogal onhandig.

Continulicht

Een groot voordeel van continulicht is dat je heel goed ziet wat je doet. Je kunt ook met het instellicht van flitsers werken, maar dat is vrij zwak. LED’s vormen een goede oplossing voor wie continulicht prettiger vindt dan flitslicht. De panelen zijn compact en geven zacht licht. Bij video is continulicht zelfs de enige mogelijkheid. Het nadeel is dat het licht mogelijk niet genoeg is als er veel omgevingslicht is. Let er ook op dat je de kleurtemperatuur goed in overeenstemming brengt met die van het aanwezige licht. Het maken van een testfoto met hoog contrast en hoge verzadiging van een egaal vlak dat aan één kant door de LED’s wordt verlicht, kan helpen.

Geef je licht kleur

Wanneer je je licht keurt met filters of gels, geeft dat leuke effecten. Combineer je meerdere kleuren, dan krijg je mooie en voor de meest mensen ongrijpbare effecten. Je kunt het licht ook nog projecteren met speciale lenzen. Zet je daar dan weer voorzetstukjes voor, dan krijg je mooie vormen op de achtergrond.

Achtergrondpapier

Meestal vormen geraniums, kasten gangdeuren en kamerlampen geen goede achtergrond. Speciale rollen met achtergrondpapier doen het een stuk beter. Zo’n achtergrond moet op de een of andere manier bevestigd zijn. Daarvoor bestaan systemen met twee statieven en een buis. Let er daarbij wel op dat de statieven stevig genoeg zijn, anders valt de achtergrond om, met alle gevolgen van dien voor je model en je dure apparatuur. In een grotere ruimte kun je de achtergrond ook vast aanbrengen. Aan de muur tapen kán, maar het mooiste is een systeem dat aan het plafond is vastgemaakt. De achtergronden heb je in allerlei kleuren en maten. Hoe groter hoe liever, maar het moet wel in je kamer passen. Wit is het meest universeel. Maak je de afstand wat groter, dan wordt het wit vanzelf grijs. Afhankelijk van de kleding, de huidskleur en de oogkleur van je model, kunnen gekleurde achtergrond heel mooie effecten opleveren.

Earth, wind and fire

Een studiofoto kan vrij statisch zijn, dat kun je veranderen met hulpmiddelen. Je kunt bijvoorbeeld kleurpoeder tijdens het fotograferen in de lucht gooien. Zelfs confetti kan het goed doen. Ook een windmachine of een ventilator brengt al snel veel dynamiek in de foto. Nog spannender wordt het met een rookmachine. Geeft vaak heel mooie effecten, vooral met spots van achteren vandaan.

Camerastatieven

In een thuisstudio heeft een camerastatief een andere functie dan in het landschap. In de thuisstudio is zo’n statief er vooral om te voorkomen dat de camera omvalt of anderszins van positie verandert. De mooiste zijn loodzwaar of zelfs vast gemonteerd en hebben een soort tafeltje erbij. Sommige zijn een soort kraan, dat werkt ideaal als je een hoge positie moet innemen, zeker bij filmen.

Mini thuisstudio voor productfotografie

Fotografeer je glimmende producten, dan reflecteren ze alles wat eromheen staat. Een opnametent zorgt ervoor dat zo’n voorwerp mooi glimmend blijft aan alle kanten. De verlichting schijnt dan aan de buitenkant door de tent heen.

Toch naar buiten

Ben je het binnen fotograferen beu of is je huis voor een bepaalde opname te klein, dan kun je je studio buiten opbouwen. We beginnen dan min of meer weer bij 1: je kúnt er werken met natuurlijk licht. De mooiste effecten krijg je wanneer je natuurlijk licht gebruikt in combinatie met een reflectiescherm. Ook kun je gebruik maken van flitslicht, maar omdat het buitenlicht al vrij intensief is moet je het flitslicht goed afstellen op het al aanwezige licht. Dat doe je met de sluitertijd: natuurlijk licht neemt (sterker) af naarmate je een kortere sluitertijd kiest. Dan heb je wel een HSS-flitser nodig. HSS staat voor high shutter speed, korte sluitertijd. Zo’n flitser moet uiteraard van stroom voorzien worden. Meestal hebben ze al een accu, voor andere flitsers bestaan echter ook aansluitingen aan een 12-voltaccu van een auto. Een andere mogelijkheid is het gebruik van kleine cameraflitsers. Het voordeel daarvan is dat de belichtingsregeling en de sturing van de lichthoeveelheid van de flitsers onderling via de camera of een controleflitser kan geschieden. Je hebt natuurlijk minder keuze in softboxen, maar er is toch nog een aardig aanbod.

Een studio huren

Vind je het allemaal een beetje te ingewikkeld of werk je niet voldoende in de thuisstudio om het rendabel te maken alles aan te schaffen? Dan kun je ook een studio huren. Alle licht, achtergronden en accessoires zijn er dan meestal al. Nog beter: huur een studio mét iemand die je vertelt hoe je het licht zo gebruikt dat je de foto maakt die je voor ogen had.

Dit artikel werd geschreven door Dré de Man en gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 5.2019

afbeelding van Redactie

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie