Eindeloos veel mogelijkheden

Met een adapter past bijna elk objectief op je camera

Dre de Man 4098 0
Adapters openen een wereld aan mogelijkheden om andere objectieven te gebruiken. Er bestaan echter ook heel veel misverstanden over én er zijn ook nogal wat zaken waarop je moet letten. Uitleg en een overzicht.

Historisch en technisch gezien heeft er een enorme ontwikkeling plaatsgevonden op het gebied van objectiefvattingen. Vóór de tweede wereldoorlog waren er in de praktijk maar twee vattingen: Contax en Leica (M39). Daarna kwamen er wat vattingen voor meetzoekercamera’s bij, de laatste was de Leica M-vatting, die wordt zelfs nu nog gebruikt omdat Leica als enige is doorgegaan met het produceren van meetzoekercamera’s. Met de komst van reflexcamera’s kwamen er ineens nieuwe vattingen. Canon bijvoorbeeld, had twee andere vattingen voordat in 1985 de EF-vatting geïntroduceerd wordt. Heel populair was lange tijd (tot in de jaren zeventig) de P-draad, ook wel m49 genoemd. Dat was een schroefdraadvatting die onder meer door Practica maar ook door Pentax (toen nog een groot merk) gebruikt werd. Ontzettend onhandig, want je kon een objectief niet snel op de camera zetten. Nikon gebruikte vanaf het begin (1959) een bajonet-vatting en langzaam maar zeker gingen ook de andere merken op bajonet-vattingen over – maar dan wel allemaal op hun eigen manier.  Er ontstond dus een veelheid van vattingen, die allemaal net wat anders waren.

Het was en is vaak moeilijk om adapters te vinden die het gebruik van het ene merk objectief op een reflexcamera van een ander merk mogelijk te maken. Het kan alleen als de afstand tussen film en vatting kleiner is bij het merk van het objectief dan bij het merk camera waar het op moet passen. Heel simpel gezegd: er moet ruimte zijn voor de adapter. Belangrijker: is die ruimte er niet, dan kun je er wel een adapter tussen zetten, maar dan wordt het een soort tussenring. Je kunt met zo’n objectief nooit foto’s op grote afstanden maken. Nu ja, zeg nooit nooit: er zijn wel adapters met een negatief lensje erin, maar die geven een slechte beeldkwaliteit. Bovendien – met name bij Russische objectieven voor M42/P-draad – is het soms mogelijk om de vatting eraf te schroeven en op de plaats daarvan een speciale adapter te monteren. Een ander belangrijk punt is dat de oudere objectieven vaak een mechanische (of helemaal geen, zie verderop) diafragma-bediening hebben en deze kan lang niet altijd passend gemaakt worden voor een ander merk reflexcamera. Toch bestaan er adapters om bijvoorbeeld Nikon-objectieven en Contax-objectieven op Canon te gebruiken en Leica R-objectieven op zowel Nikon als Canon-camera’s. Sommige zijn zelfs voorzien van een chip, zodat de elektronische informatie op de juiste manier doorgegeven wordt. Nadeel is vaak dat de autofocus niet, of niet optimaal werkt. 

Een omkeerring is de meest simpele vorm van adapter. Hij heeft aan de ene kant een normale camera-vatting, maar aan de andere kant ene schroefvatting die in de filterdraad van het objectief past, desnoods met een verloopring. Zo kun je dus – zeker in combinatie met een balg - voor macro vrijwel ieder ouder objectief gebruiken met een handmatig diafragma. Foto: Dré de Man

Opleving door spiegelloze camera’s

Met de komst van de spiegelloze camera’s veranderen de toepassingsmogelijkheden voor adapters sterk. De afstand tussen sensor en vatting is bij alle vattingen voor spiegelloze camera’s veel kleiner dan bij reflexcamera’s en zelfs dan bij veel TV-camera’s. Dat betekent dus: vrijwel alle oudere objectieven kun je met een vrij simpele adapter op spiegelloze camera’s gebruiken.

Met de komst van met name de Sony R-camera’s werden adapters daarom ineens weer populair. Daarvóór werden ze echter ook al relatief veel gebruikt op m43-camera’s. Metabones introduceerde zelfs een heel bijzonder soort adapter: daarbij het grotere beeld van een fullframe-camera geconcentreerd op het kleinere APS-C of zelfs m43-formaat. Door de nu ook van andere merken verkrijgbare speedboosters stijgt de lichtsterkte en wordt de brandpuntsafstand verkleind tot een overeenkomstige brandpuntsafstand voor het kleinere formaat. De optische kwaliteit daalt veel minder dan je zou verwachten, althans bij de betere merken. Nu echter ook Nikon, Canon en Panasonic/SIGMA/Leica hun eigen spiegelloze vattingen hebben geïntroduceerd, is er ineens een verwarrende veelheid aan mogelijkheden ontstaan. 

Objectieven voor reflexcamera’s op spiegelloze camera’s via adapters

Uit de tabel blijkt dat er wel heel veel verschillende mogelijkheden zijn. Canon en Nikon hebben ervoor gezorgd dat hun bestaande enorme aanbod van de laatste decennia via hun eigen adapters feilloos samenwerkt met hun respectieve spiegelloze camera’s. Bij Nikon is er echter één ding waarop je moet letten: ruwweg voor 1990 geïntroduceerde objectieven (dus AF en niet AF-S of AF-I) hebben geen ingebouwde scherpstelmotor en moeten dus handmatig scherpgesteld worden met zo’n adapter. Bij Sony kun je via adapters de objectieven van Sony voor reflexcamera’s (SAL) gebruiken. Sony heeft twee adapters, de LA-EA4 en de LA-EA3. De LA-EA4 maakt gebruik van een halfdoorlatende spiegel en een eigen scherpstelsysteem en heeft een ingebouwde motor voor oudere objectieven. In het begin stelde deze sneller scherp dan de LA-EA3. Voor de nieuwste camera’s met de nieuwste objectieven werkt de LA-EA3 beter. Toch zijn er beperkingen, Eye-AF werkt met geen van beide adapters en het maximale aantal beelden per seconde is ook beperkt. De adapter van SIGMA voor Canon én SIGMA-objectieven heel goed te werken. Merken als SIGMA, Tamron, Samyang en andere vervaardigen namelijk nog steeds veel objectieven voor de vattingen van reflexcamera’s. Het voordeel daarvan is, dat ze via de adapters op vrijwel alle camera’s passen, nu dus ook op de spiegelloze camera’s. Dit objectief heeft een P-draad, terwijl de D780 een iets grotere afstand heeft tussen sensor en vatting. Maar omdat het ver voorbij oneindig instelbaar is, kun je er ook met een Nikon reflexcamera op grote afstanden mee scherpstellen. Ik heb er vaker foto’s van de maan mee gemaakt, dus dat is vrij ver. Foto: Dré de Man

Objectieven voor Leica op systeemcamera's

Een aparte categorie vormen de objectieven met Leica-M-vatting én met Leica M-39-vatting. Dat zijn niet alleen de objectieven van Leica zelf, maar ook allerlei objectieven van andere merken, van ZEISS en Voigtländer tot objectieven van nog relatief onbekende Chinese merken. De Leica is een meetzoeker camera en heeft dus geen autofocus. Al deze objectieven moeten het dus ook zonder autofocus doen. Dat maakt ze soms wat goedkoper en in ieder geval maakt dat de constructie van de adapters heel eenvoudig. Bij die objectieven vind je een hele serie met hoge lichtsterkten. Die zijn ontwikkeld voor film, en zijn dus voor fotografie zeker niet in alle situaties te gebruiken.

Objectieven voor systeemcamera’s op andere systeemcamera’s

De nieuwste adapters zijn bedoeld om objectieven voor spiegelloze camera’s op andere spiegelloze camera’s te gebruiken. Hierbij lijkt de situatie een beetje op die voor reflexcamera’s onderling: het is nogal verwarrend. De kaarten zijn echter ook opnieuw geschud. Kon je bij reflexcamera’s Nikon-objectieven op Canon-camera’s gebruiken, nu is het andersom. De eerder genoemde tabel laat het goed zien. Kort samengevat: Alles past op Nikon (en er zijn ook adapters), op Canon past geen enkel objectief van een ander merk spiegelloze camera, behalve die van Fujifilm G (Hasselblad ook niet; wel omgekeerd). Wat nu het gunstigst is voor de fabrikant en voor de consument, is voor een belangrijk deel ook koffiedik kijken. We mogen echter niet vergeten dat ook bij Canon alle objectieven voor reflexcamera’s via adapters te gebruiken zijn. Eén ding is zeker: wil je de Noct-Nikkor 58mm f/0.95 gebruiken, dan kan dat alleen in combinatie met een Nikon-camera.

Verder kunnen SIGMA, Tamron en anderen met heel weinig moeite objectieven vervaardigen voor de verschillende spiegelloze vattingen. SIGMA heeft ook aangekondigd zich daarop te gaan richten. Voor Sony zijn die al sinds geruime tijd beschikbaar. Het zal waarschijnlijk – zeker in het licht van de Coronacrisis – nog even duren voordat die ook voor Canon EOS R en Nikon Z beschikbaar worden. Maar als je een Nikon hebt, dan kun je de Sony-versies ook nu al gebruiken met adapters.

Automatisch diafragma en ‘domme’ adapters

Voor ons is een automatisch diafragma een diafragma dat ingesteld wordt via automatische belichting. In de jaren van de eerste reflexcamera’s betekende het heel iets anders. Objectieven voor meetzoekercamera’s konden met gesloten diafragma werken; je keek immers niet door de lens. Bij reflexcamera’s zou dat voor een donker zoekerbeeld zorgen. Nog in de jaren tachtig had je voor de P-draad dan ook objectieven met een voorkiesdiafragma: je stelde het diafragma in op een waarde, maar het bleef open. Je moest dan  vlak voor de opname snel aan een ring draaien om het diafragma te sluiten. Nikon had vanaf het begin en Canon vanaf de FD-vatting een automatisch diafragma. Die automatische bediening van het diafragma werkt met een veertje en een apart hefboompje en ieder merk deed dat anders. Daar kwam dan nog een extra mechaniek bij om de maximale diafragmawaarde én het via de lens gekozen diafragma aan de camera door te geven. Sommige, vaak merkgebonden, adapters kunnen deze mechanische verbindingen maken, de meeste niet. Bij de allereenvoudigste – en goedkoopste – adapters zitten we dan weer in de jaren zeventig: je moet het diafragma op de lens zelf sluiten, soms zelfs zonder enige indicatie van de diafragmawaarden. Gelukkig kunnen spiegelloze camera’s net als meetzoekercamera’s ook het zoekerbeeld laten zien met gesloten diafragma. Toch blijft het behelpen, zeker met diafragma’s kleiner dan circa f/5.6. Met spiegelloze camera’s compatibele objectieven sluiten namelijk hun diafragma pas vlak vóór de opname tot kleinere waarden dan f/5.6. Bij f/11 of f/16 en weinig licht kan het zoekerbeeld van een spiegelloze camera dan al snel heel lelijk en soms zelfs donker worden. Dat speelt vooral een rol bij macro-opnamen.Op de foto een adapter voor het gebruik van Nikon-objectieven voor reflexcamera’s op de spiegelloze Nikon Z-camera’s. Zou de adapter smaller zijn, dan zou het objectief als het ware ver voorbij oneindig scherpstellen. Foto: Nikon.

Goedkoop is duurkoop

Een belangrijk deel van de prijs van een objectief zit hem in de kosten om zo’n objectief te centreren en precies op de vatting aan te passen, zodat het beeld overal even scherp is. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als je tussen een camera van tweeduizend euro en een objectief van hetzelfde bedrag een adapter zet van een paar euro: een decentrerende combinatie van objectief en adapter is dan eerder regel dan uitzondering.

Dat probleem wordt in snel toenemende mate groter naarmate de brandpuntsafstand korter wordt. Dat volgt uit de wet dat de gang van de lichtstralen omkeerbaar is. Heb je dus een teleobjectief, dan is aan de van het onderwerp de scherptediepte heel klein. Daaruit volgt dat hij aan de kant van de camera weer relatief groot is. Bij groothoekobjectieven, zeker als ze lichtsterk zijn, is het precies omgekeerd: daar is de scherptediepte op afstand heel groot maar aan de kant van de camera heel klein. Hier zorgt de minst of geringste afwijking in een adapter al voor onscherpe foto’s.

Toepassingen

Er zijn twee interessante toepassingen van adapters. De eerste is die waarbij je nog een reeks objectieven hebt van een reflexcamera en je die op een spiegelloze camera wil gebruiken. Zeker bij Nikon en Canon is dat een veel voorkomende situatie. Ook menigeen die bijvoorbeeld van Canon overstapt is op Sony zal in die situatie terecht gekomen zijn. Dat gaat vrij probleemloos. Het biedt voordelen, zeker wanneer je niet meteen al je bestaande objectieven wil vernieuwen. De tweede toepassing is minder populair maar wel interessanter. Omdat spiegelloze camera’s ook met gesloten diafragma kunnen werken, wordt het mogelijk om oude objectieven met bijvoorbeeld een P-draad, maar ook met Canon FD-vatting of bijvoorbeeld een Minolta-vatting te gebruiken. Het is zelfs mogelijk om oeroude objectieven voor meetzoekercamera’s te gebruiken, bijvoorbeeld die voor Nikon en Canon meetzoekercamera’s van vlak na de tweede wereldoorlog. Vaak zijn dat objectieven die over bijzonder optische eigenschappen bezitten. Ze zijn niet zo goed als de huidige objectieven, maar hebben heel vaak een afwijkend bokeh en beeldoverdracht. Ze hebben dus karakter - al is het net als bij karakters van mensen altijd de vraag of je ervan gecharmeerd bent of niet. Er zijn nogal wat fotografen die er daarom gebruik van maken, althans voor specifieke toepassingen. Omdat de adapters én de objectieven vaak heel goedkoop zijn, kun je er naar hartelust mee experimenteren, zonder dat het veel geld kost. Welke toepassing je ook kiest, het is duidelijk dat je er de mogelijkheden van je camera flink mee uitbreidt, dus de aankoop van een adapter is al snel de moeite waard. Op de foto een Nikon Z  7 met een Shoten Techart Sony-E naar Nikon-Z autofocus TZE lens-adapter. Hiermee kunnen Sony-objectieven, maar ook objectieven van bijvoorbeeld Tamron met Sony E-vatting gebruikt worden op Nikon Z-camera’s. Foto: Shoten.

Gangbare vattingen voor reflexcamera’s

  • Canon EF (full frame; ook voor APS-C)
  • Canon EF-S (APS-C)
  • Nikon F (full frame, soms FX genoemd; ook voor APS-C, dan DX genoemd)
  • Pentax K (full frame; ook voor APS-C)
  • Sony A (SAL, full frame, deels APS-C, nauwelijks meer verkocht)

Gangbare vattingen voor spiegelloze camera’s

  • Canon R (full frame, via adapter volledig compatibel met EF; met EF-S bij crop)
  • Canon EF-M (APS-C, niet compatibel met Canon R)
  • Nikon Z (full frame en APS-C, via adapter zijn Nikon F-objectieven volledig compatibel)
  • Sony FE (full frame)
  • Sony E (APS-C)
  • L mount (full frame en APS-C, voor Leica, Panasonic en Sigma)
  • Leica M (oudere smalle vatting voor full­ frame, nog steeds actueel)
  • Fujifilm X (APS-C)
  • M43 (open standaard, gebruikt door onder meer Olympus en Panasonic).

‘Omdat spiegelloze camera’s ook met gesloten diafragma kunnen werken, wordt het mogelijk om oude objectieven met bijvoorbeeld een P-draad, maar ook met Canon FD-vatting of bijvoorbeeld een Minolta-vatting te gebruiken’

afbeelding van Dre de Man

Dre de Man | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Dre