Direct flitslicht is terug in fotografie
Direct licht, en dan vooral direct flitslicht, heeft lange tijd een amateuristisch imago gehad. Het is hard, maakt je beeld plat en werd vaak gezien als onflatteus. Toch wordt het steeds vaker bewust gebruikt in mode-, event-, portret-, muziek- en editorialfotografie. Niet als een stomme fout van de fotograaf, maar als stijlmiddel voor rauwe, contrastrijke en direct herkenbare beelden. Maar waar komt deze comeback vandaan?
Waarom direct flitslicht nu terugkomt
Iedereen die al langere tijd fotografeert, heeft waarschijnlijk geleerd om direct licht te vermijden. Ons is geleerd om licht zacht, diffuus en gecontroleerd te maken. In de recente beeldcultuur zien we echter steeds vaker hardere en minder gepolijste beelden terugkomen. Dit heeft meerdere redenen. Denk aan de aanhoudende comeback van compactcamera’s, die door hun kleinere sensoren minder goed omgaan met weinig licht, maar ook aan analoge point-and-shootcamera’s en smartphonefilters.
De comeback van direct licht is dus eigenlijk een voortvloeisel van de opkomst van de retro digitale esthetiek. Direct licht past hier perfect bij. Deels door de technologische beperkingen van de apparatuur waar veel mensen mee werken, maar ook omdat dit directe licht zorgt voor een spontaner, rauwer en minder perfect aanvoelend beeld. Iets waar vooral de nieuwere generatie beeldmakers naar op zoek lijkt te zijn.
Van snapshot naar professionele beeldtaal
We kennen allemaal de beelden uit clubs van de vroege jaren 2000: rode ogen, harde slagschaduwen en felle flitsen recht van voren. Het is een esthetiek waar velen mee zijn opgegroeid en die hun beelden tot op de dag van vandaag vormt. En niet alleen zagen we deze stijl op feestjes, maar ook in paparazzibeelden, documentair werk en backstagefoto’s.
Destijds was het vaak een technische beperking die we vandaag de dag niet meer hebben. Toch heeft deze beperking gezorgd voor een enorm herkenbare stijl. Tegenwoordig is hard licht, wanneer we ervoor kiezen, steeds vaker een bewuste keuze. Hiermee zeg ik niet dat direct licht flatterend is. Integendeel zelfs. Maar het kan wel krachtig zijn. Het licht zelf is namelijk niet amateuristisch; het gebrek aan controle erover is dat wel.
Wat direct licht visueel doet
Visueel gezien zijn de meesten van ons niet gewend aan de kenmerken van direct licht. Zoals gezegd is ons geleerd om het te vermijden. De harde contrasten en afgetekende schaduwen zonder geleidelijke overgang voelen daardoor soms vreemd aan. Ook de extra textuur, vooral in de huid, kan ongemakkelijk voelen als je gewend bent alles in Photoshop weg te werken.
Nu denk je wellicht: waarom zou je het dan ooit gebruiken? Direct licht maakt je beeld platter, maar daardoor kan het ook grafischer worden. Het beeld wordt in zijn geheel directer, bijvoorbeeld door felle en kunstmatig ogende kleuren. En wanneer je daarnaar op zoek bent, kan het een beeld frontaler en confronterender maken.
Niet iedereen zal hiernaar op zoek zijn. Maar wanneer je dit wel bent, zijn dit exact de elementen die je waarschijnlijk wilt gebruiken. De stijl is bovendien nooit helemaal verdwenen. Denk bijvoorbeeld aan Terry Richardson, die vaak gebruikmaakt van een directe flitsopstelling.
Wanneer direct licht goed werkt
Er zijn natuurlijk momenten waarop dit licht werkt en momenten waarop het minder geschikt is. Je zult bijvoorbeeld niet snel een directe lichtopstelling gebruiken bij een landschapsbeeld. Maar bij beelden waarin je rauwheid en confrontatie wilt stimuleren, kan het juist goed werken. Denk aan event- en clubfotografie, waarin direct licht energie, snelheid en een nachtgevoel geeft. Of aan muziekfotografie, waar hard licht de rauwheid van een optreden kan versterken.
Natuurlijk werkt het ook bij verschillende vormen van portretfotografie. Direct licht haalt de romantisering weg en creëert een meer aanwezige sfeer. Bij modewerk kan het daarnaast harde lijnen, textuur en een editorial uitstraling geven.
Ook zien we het bij veel straatfotografen. Vooral fotografen die de confrontatie niet uit de weg gaan, zoals Trevor Wisecup, gebruiken met regelmaat een flitser op de camera, juist vanwege dat confronterende element. Naast spanning houdt direct licht ook een energiek element in het beeld vast.
Wanneer direct licht misgaat
Het is geen stijl die je zomaar toepast zonder erbij na te denken. Het gebruik van direct licht kan snel misgaan wanneer je geen bewuste keuzes maakt. De afstand tot je onderwerp is bijvoorbeeld enorm belangrijk. Sta je te dicht op je onderwerp, dan creëer je eerder een felle vlek dan een sterke foto. Ook kun je lichte tinten snel overbelichten. De slagschaduw kan storend worden, bijvoorbeeld wanneer die direct achter je onderwerp valt.
Daarnaast kunnen rode ogen en onnatuurlijke catchlights het beeld ongewenst verstoren. Direct licht kan heel snel willekeurig ogen, alsof je maar wat doet. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Het moet altijd een bewuste keuze zijn geweest, en ook zo ogen. Direct licht mag hard zijn, maar het moet niet slordig voelen.
Controle over hard licht
Controle hebben over hard licht kan soms lastig aanvoelen. Daarom zijn er een aantal kleine punten om op te letten wanneer je hiermee wilt werken:
- De afstand tot je onderwerp bepaalt de intensiteit van het licht en de schaduw.
- De afstand tussen het onderwerp en de achtergrond beïnvloedt de slagschaduw.
- Gebruik flitscompensatie of belichtingscompensatie om de hooglichten te beheersen.
- Ga bewust om met het omgevingslicht en bedenk of je dit wilt meenemen of juist wilt wegdrukken.
- Let op lichte kleding, reflecterende oppervlakken en huidtinten, omdat deze snel kunnen overbelichten.
- Controleer of de catchlights en schaduwen bijdragen aan het beeld, in plaats van afleiden.
- Juist bij direct licht maken dit soort kleine keuzes een groot verschil. Het licht hoeft niet zacht te worden, maar het moet wel gecontroleerd blijven.
Direct licht als professionele keuze
Direct licht is geen vervanging van zacht licht, maar kan een extra keuze zijn binnen je stijl. Zacht licht is vaak veiliger, maar direct licht kan je beelden juist extra laten opvallen. De stijl lijkt simpel, maar vraagt om bewuste keuzes. De belangrijkste vraag blijft: weet de fotograaf wat het licht doet en waarom hij of zij het gebruikt?
Wanneer dat antwoord duidelijk is, is direct licht geen technische misser meer. Dan wordt het een bewuste beeldtaal. Hard, rauw en misschien niet altijd flatterend, maar juist daardoor soms veel interessanter.
