Verdiep je in de theorie achter het verscherpen van je foto's

Algemene principes, jpg- en RAW-verscherping

Dre de Man 934 0
Het verscherpen van jouw beelden is als zout in het eten: zonder verscherping ziet je foto er futloos uit, maar met te veel verscherping is een foto nauwelijks te genieten. Dat laatste kan objectieffouten corrigeren maar het levert lelijke, onnatuurlijke lijntjes op. Het kan zelfs bokeh vernietigen. Hoe doe je het goed?

Iedereen die fotografeert, past verscherping toe, vaak zelfs zonder het te weten. Maak een foto met een camera, en er wordt verscherping toegepast. Bewerk een foto vanaf RAW en er wordt ook verscherping toegepast.  Verhoog het contrast en de scherpte-indruk van een foto verandert ook. Maar is een contrastverhoging dan ook een verscherping?

Voor we verder praten, is het zaak om verscherping eerst goed te definiëren. Verscherping is het scherper maken van een foto. Maar wat is scherpte? Scherpte is niets anders dan een contrastverschil tussen twee lijntjes. Geeft een objectief bijvoorbeeld 50 zwart-witte lijnparen weer, en maak je het contrast heel laag, dan wordt het beeld één grijze soep en zie je geen fijne lijntjes meer.

Voorbeeld lijnen laag en hoog contrast Verhoog je het contrast, dan zie je de lijntjes beter. Maar dit heeft wel een nadeel: het hele beeld wordt contrastrijker dan je zou willen. Verscherping is een slimme oplossing voor dit probleem: het verhoogt het contrast alleen op de overgangen van lijntjes, op de zwart-witte grensvlakken. Bij het testen gebruiken we vaak zwart-witte lijnparen, maar in de praktijk kan het natuurlijk ook een blauw-gele overgang zijn, of een grijsgroene, of noem maar op.

Het principe van verscherping

Vaak wordt verscherping gezien als een onnatuurlijk digitaal effect, als een truc of kunstgreep. In de zilverhalogenide fotografie (dus voor de digitale fotografie) werd er echter ook al verscherpt, en die verscherping kon je niet eens uitschakelen. Bij iedere filmontwikkeling treedt namelijk een contrastverhoging op de overgangen op. Dit komt omdat er aan de rand van een licht vlak meer (niet uitgeputte) ontwikkelaar beschikbaar is dan verderop en aan de rand van een donker vlak juist iets minder. De ene film (Kodachrome) of ontwikkelaar had dat meer dan de andere. Op die manier kon je de verscherping variëren. Bij het scannen van film voordruk werd er ook nog eens verscherpt. 

Zonder verscherping zou een digitale foto vaak onnatuurlijk onscherp zijn. Onscherper dan een ouderwetse foto op film in ieder geval. Verscherping is dus zoals in de inleiding al aangegeven: het zout in het eten. Maar net zoals je bij het ene gerecht meer zout nodig hebt dan bij het andere, moet je ook bij foto’s de ene keer meer verscherpen dan de andere keer.

Hoe weet je nu hoeveel je moet verscherpen? Je kunt uiteraard gewoon lukraak wat proberen en kijken. Die aanpak vereist overigens wel een scherpe en goed gekalibreerde monitor. Sowieso moet je voorzichtig zijn met de beoordeling, want je went aan het beeld en hebt daardoor de neiging de verscherping steeds hoger in te stellen. Vaak is het goed om even afstand te nemen en na een paar minuten opnieuw naar je beeld te kijken. Let ook op de vergroting! Bij honderd procent ziet het beeld er heel anders uit dan bij 25, vijftig of tweehonderd procent. Al die percentages zijn belangrijk. Maar afgezien daarvan, is het goed om te weten welke zaken de noodzaak en (on)mogelijkheid  van verscherping beïnvloeden. We zetten ze puntsgewijs op een rij.

  • Het onderwerp. Een teer portret verdraagt minder verscherping dan een foto waarbij je de lijnen van een verweerd gezicht wilt accentueren of een architectuurfoto.
  • De verlichting. Heel vlak licht levert weinig contrast en dus weinig scherpte op. Omgekeerd levert strijklicht, met name op structuren als houtnerf of natuursteen, al snel een heel scherpe indruk op. Gevolg? Verscherping is snel te veel van het goede. Nevel of dauw zorgt ook voor onscherpte, waar wel van een bijzondere, en niet zelden fraaie soort.
  • Het ene objectief geeft kleine details veel contrastrijker weer dan het andere objectief. Dit valt deels met verscherping te compenseren.
  • Verscherping maakt een mooie, onscherpere achtergrond (Bokeh) scherper. Hier past terughoudendheid – of een techniek waarbij je de achtergrond minder verscherpt dan de rest van het beeld.
  • Verscherping vergroot ruis in sterke mate.
  • De camera en de uitgangsfoto. Afhankelijk van vooral het anti-moiré-filter is meer of minder verscherping noodzakelijk. Ook het aantal megapixels en uiteraard de instellingen bij de jpg-verwerking in de camera of bij de RAW-verwerking hebben grote consequenties voor de latere verscherping.
  • De manier waarop een foto bekeken wordt. Wordt de foto uiteindelijk in 1000 x 768 pixels op een telefoonscherm bekeken, dan past een verscherping met een zeer grote radius. Zeer grote vergrotingen, vragen om een verscherping met een kleine radius.

Verscherping in stappen

Verscherping vindt plaats op verschillende momenten in het beeldvormend proces. Ook nu kun je het weer vergelijken met koken: aan het begin gooi je er wat zout en peper bij, halverwege wat meer en aan het eind breng je het gehele gerecht op smaak. Bij het verscherpen heb je ook meerdere stappen:

  1. In de camera of bij de RAW-bewerking. De eerste verscherping  van een foto geschiedt door het kiezen van jpg- of RAW-instellingen voor de verscherping. In de camera (vaak in het opnamemenu) wordt bepaald hoe sterk de jpg verscherpt wordt. Bij jpg’s heeft dat grote consequenties. Is deze verscherping te sterk, dan kun je die nooit meer ongedaan maken. Is hij te zwak, dan is er vaak wel een mouw aan te passen bij de verdere bewerking, maar dat brengt extra werk met zich mee. Bij  het maken van RAW’s doe je dat in de RAW-converter, bijvoorbeeld Lightroom en Adobe camera RAW. In beide gevallen gaat het erom zo veel mogelijk details uit de foto te halen zonder zichtbare nadelen van de verscherping. Door het vermijden van die nadelen, kan de eerste versie de indruk wekken dat een foto niet scherp genoeg is, terwijl hij na verwerking perfect is. Bij het maken van RAW’s is het vaak aan te bevelen de verscherping in de camera hoger in te stellen. Dat maakt het beoordelen van de scherpte van het beeld gemakkelijker en je krijgt een voorvertoning van de scherpte die je na bewerking zult zien.
  2. Verscherping na bewerking. Bij de tweede en meest belangrijke stap, ga je de foto dicht in de buurt brengen van wat je in je hoofd hebt. Je gaat het contrast en de kleuren aanpassen en aan het eind van dat proces ook de verscherping daaraan aanpassen. Doe dat niet omgekeerd, want een verscherping die vóór een contrastverhoging prima lijkt, kan na contrastverhoging veel te sterk zijn. Het doel van deze stap, is het maken van een foto (TIFF of PSD) die de meest ideale weergave is van de originele foto. De verscherping – aan het eind van dit proces -  hoort daarbij. Voor  kiekjes kan dat uiteraard een beetje overkill zijn, maar bij alle foto’s die mogelijk later groot afgedrukt worden of verder verspreid, is dat een heel belangrijk stap.
  3. Verscherping ten behoeve van het uitgavemedium. Verscherping van zeer kleine details die uiteindelijk niet meer zichtbaar zullen zijn, is niet nodig bij een foto die op een website op 300 x 450 pixels gebruikt wordt, maar kan meestal geen kwaad (tenzij er moiré optreedt). Bij een A2-afdruk op glanzend papier of een vertoning op een 8k-scherm daarentegen, worden de kleinste details belangrijk en is een (te grote) verscherping met een te grote radius heel storend zichtbaar. Bij afdrukken op mat of halfmat papier is de verscherping bijzonder ingewikkeld, daarover straks meer.
  4. Verscherping door het uitgavemedium. Projectoren en Tv-schermen (anders dan computermonitoren) hebben ook een ingebouwde verscherping. Die komt dus nog eens bovenop je eigen verscherping. Heb je invloed op deze verscherping, dan kun je alles op elkaar afstemmen. Zo niet, dan moet je een inschatting maken van de gemiddelde verscherping in het uitgavemedium.

In de camera of bij de RAW-bewerking

Voor het verscherpen van je beelden in de camera had je vroeger één instelling, een combinatie van hoeveelheid en detail. Tegenwoordig zijn het er bijna altijd minimaal twee. De eerste is de gewone verscherping, die vooral betrekking heeft op kleine details. De tweede is clarity, helderheid, ook wel lokaal contrast genoemd. De nieuwste camera's van Nikon hebben ook nog eens verscherping van het middenbereik, de iets grotere details dus. Het verscherpen van het middenbereik biedt je de mogelijkheid om de kleine details én de grotere details verschillend te behandelen. Deze mogelijkheid is ook beschikbaar in Nikon Capture NX-D. Adobe biedt deze mogelijkheid ook, maar dan moet je in feite twee keer verscherpen. In Lightroom impliceert dit dat je het bestand apart als een TIFF moet opslaan en dat bestand later opnieuw moet verscherpen.

Clarity/helderheid/lokaal contrast

Deze instelling verschilt van de gewone verscherping, aangezien hij alleen betrekking heeft op de middentonen. Vaak gaat het daarbij ook om vrij grote details. Meestal heeft verscherping betrekking op de echt scherpe, bijna zwart-witte lijnen. Bij clarity draait het om de subtielere schakeringen, structuren en kleuren die een foto een scherp aanzien geven, zonder de nadelen van de vaak onnatuurlijke benadrukking van de kleinste details. Hiervoor geldt echter nog meer dan voor de  ‘gewone' verscherping, dat overdaad schaadt. De middentonen bepalen het aanzicht van de bokeh, dus een te hoge instelling maakt het bokeh onrustig en daarmee lelijk.

Verscherping in (Adobe Camera) RAW

RAW-Verscherpen kent bij Adobe vier verschillende parameters. Daarnaast is er nog clarity (zie bovenstaande).En ook het verwijderen van nevel zou je een vorm van verscherping kunnen noemen. Al draait het daarbij met name om contrast. Details spelen hierbij een veel minder prominente rol al kunnen die er door deze instelling wel erg uitspringen.

De vier parameters van Adobe vind je onder de detail-tab (bij Lightroom). Het zijn: hoeveelheid, straal, detail en masker.
Hoeveel. Deze instelling is heel simpel. Hij bepaalt hoe sterk de contrastverhoging op de overgangen is. Hoe sterker, hoe groter de scherpte-indruk, maar ook hoe lelijker de verscherping wordt. Hij gaat hand in hand met de tweede instelling, radius (straal)
Straal. De straal is bepalend voor de grootte van het overgangsgebied. Met andere woorden, hoe groot de rand is die geaccentueerd wordt. Bij een grote straal lijkt de versterking ook groot. Het nadeel hierbij is dat de rand die door het verscherpen ontstaat, heel duidelijk zichtbaar wordt. Foto’s die gemaakt zijn met een slecht objectief of die als gevolg van beweging of slecht scherpstellen niet voldoende scherp zijn, kun je door te kiezen voor een grote straal nog heel aardig ophalen. Ook is het mogelijk om je beeld eerst te verscherpen met een kleine straal en daarna nog met een grote. De straal bepaalt dus niet hoe groot de details zijn die verscherpt worden. Dat wordt door de volgende parameter bepaald.
Details. Deze parameter is bepalend voor de details die je wilt verscherpen. Kies je hier voor nul, dan worden alleen de grote vlakken verscherpt. Kies je voor honderd dan worden juist de allerfijnste details verscherpt. De kleinere instellingen zijn dus ideaal voor structuren, de grotere instellingen voor onscherpe foto’s. Samen met een grote radius en een grote verscherping, werkt het als een paardenmiddel om onscherpe foto’s op te knappen. Je moet er wel rekening mee houden dat bij instellingen boven de dertig aan aanwezige ruis in het beeld extra geaccentueerd wordt.
Masker. Masker doet het omgekeerde van detail: het bepaalt wat er niet verscherpt wordt. Hoe groter de waarde voor masker, hoe meer er wordt uitgesloten van verscherping. Deze optie is vooral handig om grote, egale vlakken niet te verscherpen.

Dit artikel werd gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 5.2018. Deze en andere edities bestel je gemakkelijk in onze webshop

afbeelding van Dre de Man

Dre de Man | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Dre