In gesprek met onderwaterfotograaf Willem Kolvoort ‘Ken je plek en je maakt goede foto’s’

Redactie DIGIFO... 807 0
Als één terrein voor een fotograaf onbekend lijkt, dan is dat de onderwaterwereld. Niet voor Willem Kolvoort (1937). Zijn fascinatie voor deze mensonvriendelijke omgeving bracht hem naar alle uithoeken van de aardbol.

Dit artikel is gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 6. 2021, geschreven door: Cees Visser. Je kunt dit magazine zowel digitaal als op papier lezen. Het magazine is via onze webshop te bestellen.

Best of Five?

In de rubriek The Best of Five staan vijf foto’s van een bekende Nederlandse fotograaf centraal. Die vijf beelden gelden als kantelmomenten of mijlpalen in de carrière van de maker in kwestie - en geven daarmee blijk van een ontwikkeling. Of het zijn simpelweg de beste of mooiste vijf foto’s ooit gemaakt door de hoofdrolspeler.

Het was 1963. Vakantie vieren in Spanje, snorkelen in de Middellandse Zee. Of beter, met een onderwatercamera in dat mooie, heldere water foto’s maken. Dat leek Willem Kolvoort nou écht fantastisch. Maar ja, de net verschenen Nikonos-onderwatercamera (Calypso Nikkor) was voor hem onbetaalbaar en dus zelf maar wat in elkaar knutselen. Hij laste van roestvrijstaalplaat een kastje in elkaar, waarin net genoeg ruimte was voor een oude Agfa Super Silette, in 1955 geïntroduceerd. ‘Een onderwaterhuis noemden we dat.’ Aan de voorkant een roestvrijstalen plaat met rubberplaat bevestigd op het onderwaterhuis, bedoeld om het waterdicht te houden. In deze frontplaat weer een met rubber waterdicht gemonteerd stuk glas. ‘Om van buitenaf na de opname de film te transporteren, heb ik een lekdichte plunjer van een oude dieselbrandstofpomp in de bovenplaat van het onderwaterhuis geplaatst en daar dan weer natuurlijk de nodige handeltjes aan, voor het door transporteren van de film.’ Kolvoort herinnert het zich als de dag van gisteren en maakt met handbewegingen duidelijk dat door een gat in de bovenplaat van het onderwaterhuis de draadontspanner stak. Daaroverheen had hij (nog) een rubber dopje van een medicijnflesje waterdicht gemonteerd. ‘Als je dan op het rubber dopje drukte, werd de sluiter bediend.’ Wat kon er misgaan? In gedachten keert Kolvoort terug naar de rotsen langs het strand bij Salou, bijna zestig jaar geleden. In het heldere water om hem heen de mooiste vissen in kleuren waarvan hij het bestaan niet wist. ‘Ik maakte de eerste foto, draaide het filmpje door en wilde de tweede foto maken... Lukte niet!’ Het rubber dopje bovenop bleek platgedrukt. Niet alleen door de waterdruk maar ook door de afkoeling van de lucht in het onderwaterhuis. ‘Dat had ik wel eerder kunnen bedenken. Stom. Nooit meer rubber dopjes.’

Eindeloze trip

Het bleef die vakantie dus bij die ene legendarische foto. Maar de kiem voor een levenslange hobby werd gelegd. Kolvoort noemt zichzelf niet een pionier in onderwaterfotografie. ‘Nou ja, misschien een klein beetje dan, omdat ik het al heel lang doe. Ik heb veel werk gezien van geweldige onderwaterfotografen, maar heb door de tijden heen mijn eigen stijl ontwikkeld. Daarin ben ik wel gekend.’

Die “erkenning” voerde hem naar de meest fantastische oorden op onze aardbol. Kolvoort neemt zijn gesprekspartner mee voor een eindeloze trip langs de Indische- en Atlantische Oceaan, de zalmen in de Canadese zalmrivieren, het wonderlijke Baikalmeer in Siberië, de grotten van Turkmenistan (waarin blinde vissen), de walvissen van Patagonië en het regenwoud van Zuid-Amerika. ‘Een aantal malen nam ik deel aan expedities van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden. Die brachten mij weer naar Mauritanië, de Seychellen en Indonesië.’ Dan herinnert hij zich nog dat hij in opdracht van het voormalige fotostockbureau Foto Natura op foto-expedities is geweest naar Schotland, de Azoren (potvissen) en onderwatervulkanisme, de regenwouden van de Guyana en de unieke koraalatol Aldabra in de Indische Oceaan. Ho, ho, Kolvoort is nog niet klaar. Hij maakte ook onderwaterfoto's in het meer van Ohrid in Macedonië en in de rivieren in Suriname. Oh ja, dan had je ook nog die Russische wetenschappers die in de Witte Zee in Noord-Rusland het sociale gedrag van beloega’s onderzochten en waar Kolvoort bij mocht zijn voor het maken van onderwaterfoto’s. ‘En wacht, in Letland fotografeerde ik de zeldzame rivierparelmossels.’

Het begint te duizelen. De vraag die zich door alle jetlags opdringt, is wat hem zo fascineert aan de onderwaterwereld waarin de vreemdste en mogelijk ook gevaarlijkste wezens terwijl je je als mens maar bijzonder slecht kunt bewegen. Dan nog, wat doet Kolvoort besluiten om duizenden kilometers te reizen en te duiken voor een foto? ‘Voor mij is het de verwondering en schoonheid van de onderwaternatuur die mij telkens weer verbaast.’ En ja, dat is soms gevaarlijk, al bracht niet een onderwaterdier hem een keer in de problemen. ‘Toen ik pas was begonnen, is het gebeurd dat ik geen lucht meer had en van 35 meter weer héél langzaam moest opstijgen zonder de decompressieongeval te krijgen. Een beetje dom.’

Voorliefde

Dan verrast de onderwaterfotograaf met de opmerking dat hij weliswaar geïnteresseerd is in alle soorten onderwaternatuur en een grote voorliefde heeft voor de fotografie van zeezoogdieren, maar dat dan zijn passie ligt bij de fotografie van het Nederlandse zoetwater. ‘Een mateloos boeiende onderwaterwereld’, voegt hij er aan toe. Dat heeft te maken met een verrassende eigenschap, en wel dat ons zoetwater nooit héél helder is. ‘Juist deze hoedanigheid zorgt voor prachtige, sfeervolle onderwaterlandschappen waar heel veel levensvormen in harmonie met elkaar samenleven. Zo gauw je onder de waterspiegel verdwijnt, verandert de wereld. Je belandt in soms ondoordringbare wouden van waterplanten waar complete stilte heerst. De vaak geheimzinnige sfeer lijkt in niets op de hectische wereld erboven.’ 

De plekken die hij in ons land opzoekt, klinken minder exotisch? ‘Ik fotografeer niet alleen in diepe zandzuigplassen maar ook in veenplassen, slootjes en beekjes. Of eigenlijk overal waar het interessant lijkt en het water redelijk helder is.’ Dan maakt Kolvoort het wel heel bont. ‘Mijn favoriete, en meest exotische duikplek is mijn eigen vijver. Het is ongelooflijk hoeveel gevarieerd onderwaterleven daar in slechts enkele kubieke meters te zien is. Ook in de onderwaterfotografie geldt: ken je plek en je maakt goede foto’s, zelfs in je achtertuin.’

Digitaal

Van de vijver weer terug naar Salou, naar die mooie zomerdag waarop Kolvoort zijn eerste onderwateravontuur in het water zag vallen. ‘Vanaf dat moment ben ik altijd zelf polyester onderwatercamerahuizen blijven bouwen. Een beetje uit financiële overwegingen, maar ook omdat het zo’n uitdaging was een goed werkend onderwaterhuis voor mijn spiegelreflexcamera’s te bouwen. Maar nu, na jarenlang diafilms volgeschoten te hebben, ben ik alweer jaren digitaal.’ Kolvoort werkt met een Nikon D70 en een D300 in een Seacam-onderwaterhuis. Verder een 10,5mm fisheye, 10-20mm supergroothoek, 60mm macro-objectief en 17-70mm macro-objectief. ‘Ik fotografeer het liefst onderwaterlandschappen en maak daarbij gebruik van natuurlijk licht. Juist dit licht maakt de sfeer. Flitslicht zou die sfeer te veel teniet doen. Flits gebruik ik dan ook alleen in de macrofotografie. De digitale fotografie en het gebruik van groothoekobjectieven achter een bolvormig frontglas maakt het overigens makkelijker om foto’s te maken halverwege de waterspiegel. Dit is één van mijn favoriete manieren van fotograferen omdat je in dit soort foto’s goed de interactie ziet tussen de onder- en de bovenwaterwereld.’

Kolvoort wil nog even terug in de tijd, naar de tijd dat hij als jochie kikkers, salamanders en ringslangen ving. Het was toen dat zijn belangstelling in de onderwaterwereld boven kwam drijven. ‘Wat wilde ik toch graag zien wat kikkers en vissen zagen! Die geheimzinnige onderwaterwereld trok me als het ware de diepte in. Met een uit een binnenband van een auto gefabriceerde duikbril, glas van de schilder, en een gebogen elektriciteitsbuis als snorkel, maakte ik in het begin van de vijftiger jaren mijn eerste snorkelduik in de Waddenzee. Een enorme stekelrog zweefde tussen de zeesla naar de nevelige verte, en daarmee begon mijn avontuur.’

‘In het heldere zachtgroene water in deze sloot groeien jonge blaadjes van pijlkruid en watergentiaan naar de wateroppervlakte. Bijzonder is dit niet, heel gewoon eigenlijk. Maar doordat op deze plek een struik aan de oever haar schaduw werpt over het onderwaterlandschap en ik dit vlak onder de waterspiegel fotografeer, ontstaat er een serene, enigszins geheimzinnige sfeer. Overigens worden onderwaterlandschapfoto’s allen gemaakt met groothoek- of ultra-groothoekobjectieven. Het onderwaterhuis is dan altijd voorzien van een ‘dome’ poort, oftewel een bolvormig frontglas waarvan het optisch middelpunt ligt in het optisch centrum van het objectief. Met groothoek objectieven achter een dome poort kun je dicht bij je onderwerp komen waardoor de scherpte en de helderheid van het beeld in kwaliteit toeneemt.’ ‘In het Oude Diep, een klein beekje in hartje Drenthe, stond langs de oever een veldje lisdodden. Van onderwater gezien, was het een mooi gezicht, al die kaarsrechte lisdodden tegen de blauwe hemel. Niets bijzonders eigenlijk, gewoon mooi. Ik maakte vanuit onderwater een foto van dit fraais. Thuis op de computer wist ik niet wat ik zag: een fantastische wirwar van al die lisdodden. Ik had hier de hand niet in gehad, maar wat fascinerend! Hoe kon dit? De foto werd gemaakt met 1/30e seconde. En natuurlijk zou nog een foto wellicht weer een ander patroon vertoond hebben. Er waren wel kleine golfjes op het water, denk ik, maar ze vielen me niet op, kennelijk zo gefocust als ik was op de ‘kaarsrechte’ lisdodden met hun rietsigaren. Wellicht enige vertraging in mijn gezichtsmotoriek?’ ‘In Guyana zijn uitgestrekte gebieden bedekt met primair regenwoud. Op de bosbodem verteren de bladeren en ontstaan er humuszuren die het water in de beken en rivieren rood kleuren. In de regentijd stijgt het water en overstromen grote gebieden. Struiken en kleine boompjes verdwijnen dan voor lange tijd onder water. Ik snorkelde door het ondergelopen bos langs de Turtle Pond Creek. Een vreemde gewaarwording, al die struiken in dat colakleurige water. Zeker als de middagzon op een open plek in het water schijnt.’ ‘Snoeken zijn wel de bekendste en ook de meest geziene en benaderbare vissen in ons zoetwater. Voor snoeken komt het gevaar van boven. Reigers kunnen lang volkomen stilstaan en op het goede moment toeslaan. Sportvissers hebben trouwens ook veel geduld. Jonge snoekjes zoals op de foto hebben een streeptekening waardoor ze tussen de waterplanten minder goed opvallen en niet gauw ten prooi vallen aan hun grotere soortgenoten, zoals ook vader en moeder en grote broer van twee jaar geleden. Dit snoekje rust onbevreesd vlak onder de waterspiegel. Ik moet voorzichtig te werk gaan en langzaam naderbij komen om hem zo dichtbij te fotograferen met mijn 10,5mm fisheye-objectief. In een klein plasje dat niet eens in verbinding staat met ander water zag ik twee snoeken, een flinke grote en een klein snoekje. Toen ik eens het kleine snoekje wilde fotograferen en ik door de zoeker keek voor de goede compositie, zag ik een explosie van snoek en de grote snoek met het kleintje in de bek tussen de waterplanten verdwijnen. Met bezwaard gemoed heb ik het plasje verlaten.’ ‘In de Golfo Nuevo bij het schiereiland Valdes in Argentinië arriveren elk voorjaar op het zuidelijk halfrond de zuidkapers vanuit de koude wateren rond de zuidpool om hun jongen te baren. We voeren uit om de walvissen te spotten en te fotograferen toen we plotseling midden in een in een enorme school donkergestreepte of ‘dusky’-dolfijnen terecht kwamen. Honderden dolfijnen om ons heen! Snel het water in, ik wist niet wat ik zag, zoveel van die prachtige getekende dieren die op hoge snelheid dicht aan me voorbij zwommen. Ik baalde dat ik maar 36 opnamen kon maken. Je moet altijd wel wat opnamen overhouden voor het onverwachte als je analoog fotografeert. Soms lijkt het wel of je ogen in je achterhoofd voelt en dat had ik nu. Ik draaide me snel om en zag een zuidkaper op mij afkomen met drie tuimelende dolfijnen voor haar kop. Twee opnamen kon ik nog maken en toen gleed het enorme dier samen met haar dolfijnen naar de blauwe verte. Het kwartje viel en dwarrelde omlaag naar de donkere diepte. Nu begrijp ik waarom dolfijnen vaak voor de boeg van schepen zwemmen. Dat hebben ze niet aangeleerd toen er schepen ontstonden, ze deden dat al heel lang voor de kop van grote walvissen.’

Dit artikel is gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 6. 2021, geschreven door: Cees Visser. Je kunt dit magazine zowel digitaal als op papier lezen. Het magazine is via onze webshop te bestellen.

afbeelding van Redactie DIGIFOTO Pro

RedactieDIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen vanRedactie