Interview: Reinier van der Aart

Interview: Reinier van der Aart

Nadja Geskus 1626 0
Reinier van der Aart begon met het fotograferen van feesten. Momenteel fotografeert hij nog steeds wel evenementen, maar nu voornamelijk exclusieve feesten. Het liefst maakt Reinier portretfoto’s. Hij staat dan ook bekend om zijn prachtige portretten van onder andere Paul Verhoeven, Anton Corbijn, Jan Taminiau en Damien Hirst.

‘Heel vroeger wilde ik altijd wel creatieve dingen doen. Ik tekende bijvoorbeeld veel en speelde piano. Het leek me altijd heel erg leuk om architect te worden, maar dan niet bouwkundig architect. Hiervoor was een goede opleiding, maar die bleek zo duur te zijn, dus toen ben ik afgehaakt.’ Reinier bedacht zich dat er in tekenen geen droog brood te verdienen was, dus is hij geneeskunde gaan studeren, wat hij jarenlang met plezier heeft gedaan. Tot het moment kwam dat hij zich bedacht dat hij eigenlijk helemaal niet zijn hele leven lang in een ziekenhuis wilde werken.

Op zijn 25ste pakte Reinier weer eens een camera op, maar hij had nog niet het idee dat hij later fotograaf zou worden. ‘Ik kreeg wel eens van iemand te horen dat ik wat moest doen met fotografie, omdat ik daar goed in zou zijn, maar ik had helemaal niet het idee dat dat kon. Fotografen zag ik als mensen die langs de kant van een voetbalveld stonden te wachten op dat ene moment, of nieuwsfotografen. Dat was wat ik zag. Je ziet niet hoe Erwin Olaf de hele dag aan het werk is, dan moet je documentaires gaan kijken, maar die was ik nog niet spontaan tegen gekomen. Ik ben toen in de horeca gaan werken en woonde in een antikraak gebouw. Ik hoefde dan maar één avond te werken en dan heb je de hele maand huur al bij elkaar. Toen ik 30 werd besloot ik dat ik toch echt eens wat moest gaan doen.’ Reinier huurde een huis en besloot toen voor zichzelf dat hij geen bijbaan meer wilde hebben en alleen nog maar wilde fotograferen. ‘Het geld wat ik moest verdienen om mijn huur te betalen, haalde ik binnen door erg veel gratis te fotograferen.’ Raar, maar waar.

Feesten

‘Ik ben feesten gaan fotograferen en heb elke foto benaderd als een portret. Elke foto moest goed genoeg zijn. Dus vooral geen dronken mannen met de armen over elkaar heen!’ Aan elke foto werd aandacht besteed, elke foto werd geretoucheerd. ‘Na een jaar gratis fotograferen op die feesten, kwamen we er achter met een aantal fotografen dat het bedrijf waar wij voor werkten, geld vroeg voor ons, maar wij kregen helemaal niet betaald. Toen er op een gegeven moment werd verteld dat een bedrijf per se mij als fotograaf wilde hebben, heb ik gezegd dat ik alleen kwam als ik ook betaald zou krijgen. Het eerste feest waar ik betaald voor kreeg was van Puma.’

Zoveel feesten als Reinier eerst fotografeerde, fotografeert hij nu niet meer. Toch fotografeert hij nog met enige regelmaat feesten. Dit zijn alleen niet meer de kleine feesten met dronken mensen, maar feesten van bijvoorbeeld Tommy Hilfiger en Calvin Klein. Ook fotografeert hij alle evenementen voor Vogue, het Rijksmuseum én het Stedelijk Museum.

‘De eerste keer dat je een bekend iemand tegen komt op zo’n feestje, is de kans groot dat zo iemand denkt “ik ben net al 4 keer buiten gefotografeerd, laat me lekker rustig een drankje doen, want ik ben uitgenodigd om hier te komen drinken.” Maar tegenwoordig weten de meeste mensen wel wie ik ben, dat ze dan in de Vogue komen en dat ik er vaak ook wel een heel ander beeld van maak dan dat ze verwachten. En als er dan een keer iemand is die me niet kent, dan komt diegene er via via wel achter en mag ik ze vaak alsnog fotograferen.’

Tijdens evenementen fotografeert Reinier altijd met een zeer bijzondere installatie. Er zit namelijk een softbox van 90cm bij 60cm aan zijn Nikon D800 vastgemaakt, met een groot statief aan de zijkant. De softbox is verstelbaar, zodat het licht voor elke foto goed kan worden gezet. Wel is het een behoorlijk zware installatie, waardoor Reinier meestal wel een keer kramp krijgt op zo’n avond. ‘Ik flits altijd op 2,5 stop onderbelicht. Ik maak liever te donkere foto’s waarvan ik de helderheid optrek op de computer, dan andersom. Daarom laat ik ook bijna nooit mensen foto’s zien op zo’n feest. Dan denken mensen dat de foto lelijk is, maar dat is hij niet.’ Op evenementen fotografeert Reinier standaard met een 24-70mm lens. ‘Ik sta dan altijd op een paar meter afstand van een groepje en wacht net zo lang tot het beeld gaat komen dat ik wil fotograferen. En dat ziet er best gek uit met zo’n hele installatie, want ik val natuurlijk enorm op.’ Tijdens zo’n avond maakt Reinier zo’n 4.000 foto’s en allemaal moeten ze goed genoeg zijn.

NCOI

Eén van de recente opdrachten die Reinier deed was voor NCOI. Er waren drie kernwaardes die NCOI terug wilde zien in de beelden en er moest een polsstok worden verwerkt in de serie. ‘We zijn gaan kleien met de modellen. Ik had natuurlijk in mijn hoofd dat ik zelf ook nog een foto wilde maken, buiten de opdracht om, maar of dat lukt op zo’n dag weet je natuurlijk nooit. Het kan zomaar zijn dat het heel laat wordt en dat de modellen dan naar huis willen, of dat iedereen zo moe is geworden, dat het gewoon niet meer gaat om nog een goede foto te maken. Maar hierbij ging dat eigenlijk heel goed!’ De modellen werden compleet ingepakt met natte klei, maar voordat Reinier de foto kon maken, moest eerst de klei opdrogen. ‘Vocht dat opdroogt op je lichaam, zorgt er natuurlijk voor dat je het koud krijgt. Het was dus behoorlijk afzien voor de modellen!’

‘Nadat we klaar waren met de opdracht, was er nog genoeg tijd om eigen werk te maken. De opdracht was geschoten met een gehuurde camera, maar voor het eigen werk pak ik toch mijn eigen Hasselblad, daar heb ik veel meer gevoel bij.’

Het keukentje van de ruimte waar ze fotografeerden, had maar een klein boilertje en binnen no-time was het warme water op. Lastig als je modellen helemaal onder de klei zitten en ook nog naar huis moeten. ‘Milou heeft een badjas gekregen en is in de taxi naar huis gezet. Gus is gewoon stoer in zijn onderbroek en badjas naar huis gefietst. Ik kreeg zelfs nog een foto van zijn moeder, waarop hij volledig in de klei op straat stond.’


Modellen: Milou Sluis en Gus Drake, Hair: Daan Kneppers, Make-up: Sandra Govers, photo-assistant: Ed Gonzalez O'Mahoney

Eigen werk

Tijdens opdrachten probeert Reinier altijd werk te maken dat hij zelf ook kan gebruiken. Bijvoorbeeld bij de opdracht van NCOI, daar maakte Reinier ook nog een eigen plaat, die hij zelf weer verkoopt. ‘Bij evenementen doe ik dat ook. Die evenementfoto’s zijn 6 maanden lang voor exclusief gebruik van het merk en daarna zijn ze van mij. Als daar een goede plaat tussen zit, verkoop ik die gewoon. Zo pak ik opdrachten ook aan. Ik kan wel een foto maken waarbij iemand lachend in de camera kijkt, maar wat nou als je die persoon vraagt om iets anders te doen (en dat kan van alles zijn)? Kan ik dan geen foto maken die veel meer impact heeft?’

Oog

Dat Reinier van der Aart foto’s heel anders aanpakt dan de meeste fotografen, is duidelijk merkbaar. ‘Bij de lancering van het tijdschrift Oog was Jeroen Krabbé aanwezig en Paul Verhoeven. Bij zo’n lancering zijn zoveel persfotografen en die willen maar één ding; beide mannen fotograferen mét het tijdschrift erbij.’ Op zo’n moment begint het brein van Reinier te werken. ‘Die twee personen zijn best bijzonder. De ene is, of vindt zichzelf, de beste acteur van Nederland en de ander is, of vindt zichzelf, de beste regisseur van Nederland. Ik zie dan voor me dat er een spanningsveld is, in het werken met elkaar. Ik kan me zo voorstellen dat ze namelijk beide een eigen idee hebben van hoe een bepaald personage zich moet gedragen in een film. Dus dat spanningsveld wilde ik verbeelden.’ Het idee ontstond doordat Reinier bedacht dat Paul Verhoeven een idee heeft over een personage, maar dat Jeroen Krabbé, die dat karakter speel een ander beeld heeft en vindt dat Paul Verhoeven het door zijn ogen moet bekijken. ‘Dus ik dacht, ik laat de een zijn bril bij de ander opzetten. Daarmee symboliseer ik én het oog, zoals het tijdschrift ook heet én die machtsverhouding tussen die twee mannen.’ De foto van de twee mannen werd vijf keer verkocht, terwijl de foto eigenlijk bedoeld was als een feestfoto, die ergens aan het einde van het tijdschrift zou staan.

Jeroen Krabbé en Paul Verhoeven

In de soep gelopen

Ook goede fotografen moeten ergens beginnen. Zo liep de eerste betaalde klus van Reinier behoorlijk in de soep. ‘De klus was voor Microsoft. Het was dé opdracht waarbij ik dacht: “dus je kan wel fotograferen voor geld!” Ik fotografeerde toen nog op filmpjes. Normaal gesproken, als je je filmpje terugspoelt, dan gaat het flapje naar binnen, maar je kan je camera zo instellen, dat het flapje eruit blijft. Nu stel je natuurlijk je ISO in op je camera, maar toen niet, dat stond al vast op het filmpje. Mijn lievelingsfilmpje was 1200 ISO, dikke vette korrel, maar daar kun je buiten niet mee fotograferen! Zeker niet als je van open diafragma’s houdt. Dus wat je dan doet, is het filmpje terugspoelen, die haalde je er uit en je schreef op welk nummer van de foto je had, bijvoorbeeld 16. Vervolgens als je naar binnen ging, deed je dat filmpje er in, zet je je diafragma op het kleinst, je sluitertijd op 1/8000, je lens op je been en 16 foto’s maken. Dan stond hij weer op 17 en kon je verder gaan met schieten! Maar als je filmpje vol was, dan zette je er geen nummer op, want hij was vol.’ Daar ging het dan ook mis. Bij het derde filmpje die Reinier moest hebben, heeft hij de eerste erin gedaan. ‘We hadden twee modellen. Één model was veruit mijn favoriet, daar zijn we mee begonnen en mee geëindigd. De ander was het nichtje van de directeur, want hij vond dat zij wel goed was voor de campagne. Ik niet.’ De shoot van het goede model was echter op één filmpje geschoten. Het resultaat? De twee shoots van het model stonden over elkaar heen. ‘Daar had ik echt niets aan. Ik heb toen een week lang mijn telefoon niet op durven nemen. Mijn eerste klus, ik schaamde me dood. Uiteindelijk kreeg ik bericht dat ze toch echt de foto’s nodig hadden. Vooral de foto’s van het nichtje van de directeur, want ze wilden met haar werken en niet met de ander. Dat was gunstig! Want die foto’s had ik wel! Een gigantische blunder, die uiteindelijk toch nog goed is gekomen.’ 

Damien Hirst

Hoe deze foto van Damien Hirst tot stand is gekomen is toch wel een bijzonder verhaal. Reinier moest voor het Rijksmuseum een foto maken van Damien Hirst met het duurste kunstwerk van een levende kunstenaar;  ‘For the love of God’, maar Damien Hirst wilde niet op de foto. Het kunstwerk zou bij verschillende musea worden geplaatst, met als eerste stop het Rijksmuseum. Er was dus een persfoto nodig. Damien Hirst had zelf foto’s, maar die waren niet goed genoeg. Omdat het kunstwerk overal in dezelfde kamer zou staan, zou één persfoto dus goed genoeg zijn en dus werd Reinier gevraagd. Het contract was erg bijzonder. Reinier mocht niet met Damien Hirst praten, wat toch vrij lastig fotograferen is dan én Reinier mocht geen geld met de foto verdienen. ‘Het is mijn copyright, dus mijn naam moet er bij, maar ik mag de foto niet verkopen. Als ik ooit een boek wil maken en ik wil de foto op de cover zetten, dan wordt er getoetst of ik groot genoeg ben om zelf een boek te verkopen. Zo ja, dan mag hij op de cover, zo niet, dan niet, want dan gebruik ik de reputatie van Damien Hirst om mijn boek te verkopen. Ik mag hem ook niet aan de krant verkopen. Dus veel kranten hebben mij gebeld hoeveel de foto kost als ze hem willen gebruiken, waarop ik niks moest antwoorden.’ In eerste instantie zou je denken, dat is te gek voor woorden. Reinier kijkt er echter toch wat anders tegenaan. ‘Het is voor mij ideaal. Tuurlijk is het fijn als je geld verdiend met een foto, maar dan zal je net zien dat ze een oude foto pakken die gratis is. In dit geval werd mijn foto echt overal geplaatst. Soms zelfs wel 3 keer pagina groot in één krant. De foto ging echt heel hard, wereldwijd. Dat moet je natuurlijk niet met al je werk doen, maar in dit geval was het super!’

Damien Hirst met zijn "For the Love of God", geschoten in opdracht van het Rijksmuseum

Het was echter nog niet zo’n makkelijke klus om deze foto te maken. ‘De glazen bak die om het kunstwerk zat, mocht namelijk niet eraf worden gehaald. Als ik dan flits, zie je alleen maar plastic.’ Om deze foto te kunnen maken heeft de vrouw van Reinier een handje geholpen. ‘Met een lichtgevende stift hebben we de verschillende diafragma’s gemeten. Mijn vrouw is achter de kast gaan staan. Voor Damien zou ik een heel andere sluitertijd nodig hebben dan voor de schedel. Want op de foto dat Damien Hirst goed belicht en scherp is, is de schedel enorm overbelicht. En op de foto waarbij de schedel goed is belicht, zie je Damien Hirst niet meer.’ Later zijn de twee beelden over elkaar heen gezet.

Van de Gallery van Damien Hirst, mocht Reinier niet praten met hem. Dat stond in het contract. Maar Damien Hirst en zijn Gallery hadden die dag al een beetje woorden gehad, wat erg gunstig uit kwam voor Reinier. ‘Bij zijn allereerste kunstwerk staat Damien lachend naast een heel lelijk, afgehakt hoofd. Dus ik had bedacht voor deze shoot; we maken dat kunstwerk na. Dit keer is de schedel het afgehakte hoofd en hij staat er naast te lachen.’ Maar Damien zag dat niet zo zitten. ‘Ik lach niet op foto’s.’ Damien Hirst heeft de bijnaam Duivel gekregen, van mensen die hem haten. ‘Dus ik dacht, ik wil hem als de duivel op de foto. Nadat we wat foto’s hadden gemaakt zei ik dat ik hem toch echt lachend op de foto wilde hebben. Ik had een verhaal bedacht waar hij vast om moest lachen. Zijn lievelingskunstwerk, wat hij nooit gaat maken, is een grote witte ruimte, met één rode knop waarbij Do not touch staat. En dan is er natuurlijk altijd wel iemand die die knop indrukt en dan komt er een vuist uit de muur die je bewusteloos slaat. Dus ik had bedacht, diegene die die knop indrukt, dat is the Queen mum.’ Reinier vertelde het verhaal aan Damien, met het idee dat hij natuurlijk hard zou moeten lachen. Echter kwam Damien overeind en zei: ‘You’re insane, but my kids would love you!’ Reinier greep gelijk zijn kans: ‘Weet je wat jou kinderen pas te gek zouden vinden? Als je als duivel op de foto zou gaan! Want jouw kunstwerk heet For the love of God en de enige die met God kan sarren, dat is de duivel! De Gallery zei nog ‘Damien don’t do it! You look like a cow!’ Maar omdat zij al een stevig gesprek achter de rug hadden, was dit een extra motivatie voor Damien om dit wel te doen. ‘Dus hij stond daar te grommen. Ik maakte drie foto’s en we waren klaar. Ik heb toen maar één foto aangeleverd. Niet eens de kleuren versie. Normaal willen opdrachtgevers ook de foto in kleur, maar hierbij besloot ik “niemand krijgt ooit een andere foto te zien, alleen deze!” Damien is tevreden weggegaan en kwam ook niet meer terug. Hij was niet eens op het feest ’s avonds.’

Sensation – Angels and Demons

Voor Sensation werkte Reinier van Aart samen met art director Yoram de Kock. De opdracht voor Reinier was om de bekende Nederlanders zo mooi mogelijk op de foto te krijgen, echter zaten er nog wel een hele hoop regels aan vast. ‘Alles moest op de millimeter nauwkeurig worden gefotografeerd, want de art director moest er daarna nog een hoop mee kunnen. Het is een samenspraak proces wat heel nauwkeurig is. Als de neus op de foto bijvoorbeeld voorbij de wang gaat, dan kan de art director niets meer met die wang doen. Dus overal moest rekening mee worden gehouden.’ De bewerking die Yoram de Kock over de beelden heeft gegeven, geeft weer een heel ander soort beeld dan wat Reinier normaal gesproken maakt.

Kim Feenstra Angel, voor Sensation Angels and Demons, Art-Direction en Visual Effects: Yoram de Kock, make-up: Mitzy Malu Mudde

De foto’s werden geprint met een lenticulaire druktechniek. Lenticulair betekent dat je van de ene hoek een bepaald beeld ziet en als je vanuit een andere hoek kijkt, zie je het beeld verlopen in een ander beeld. De foto's vloeien als het ware in elkaar over. Het effect ontstaat doordat je naar de foto's kijkt onder een soort geribbelde doorzichtige laag, die als een soort lenzenrooster fungeert. ‘Als je van de ene kant keek zag je bijvoorbeeld een zwarte Kim Feenstra en als je dan naar een andere kant toe liep, werd ze eerst grijzer en vervolgens wit. Dit stond dan voor haar Angel- en Demonkant.’ 

Gilbert and George

Soms moet je fotografie op een andere, slimme manier aanpakken. Reinier doet zich soms bijvoorbeeld anders voor. ‘Ik heb Gilbert and George gefotografeerd bij het Stedelijk Museum. Ik wist dat ze zouden komen. Zij zijn een levend kunstwerk en dan kan ik daar wel aankomen met mijn beste camera, maar er staan nog 400 andere mensen achter me. Als ik dan met een gigantische camera aan kom zetten, dan weet je dat je een technisch goede foto kunt maken, maar je krijgt ze nooit zover om mee te werken. Dus ik kwam met mijn Fuji camera, een oud chromen statiefje en een klein rotflitsertje. Als je dan een foto wilt maken, denken zij ook “Ach knul, zit er een rolletje in?” Dan doen ze alles wat je wil! Omdat je lijkt op een enthousiaste hobbyist.’

Gilbert&George, het onafscheidelijke kunstenaars duo, vrij werk geschoten in samenwerking met Nico Dlugosh

Maar het beeld wat Reinier oorspronkelijk in gedachten had en die hij ook maakte, bleek later iedereen te maken. ‘Omdat Gilbert and George voor diezelfde muur, in dezelfde houding bleven staan, fotografeerde iedereen hen op die manier.’ Toen is Reinier met een vriend gaan sparren over een nieuw idee. De vriend van Reinier kwam met het idee dat Gilbert and George veel meer één man moesten worden. ‘Zo kwamen we op het idee om het ene hoofd uit de ander zijn nek te laten komen.’  

Peter Lindbergh

Reinier werd op een gegeven moment gebeld door Vogue. ‘Wil je misschien backstage fotograferen?’ Het eerste wat Reinier dacht, was: ‘Nee. Nederlandse Vogue, bij wie ga ik dan backstage fotograferen?’ Reinier had er weinig zin in. ‘Op een gegeven moment moet je ook nee zeggen.’ Totdat Vogue meldde dat het bij Peter Lindbergh zou zijn. De eerste fotoboeken die Reinier had, waren fotoboeken van Peter Lindbergh. ‘In vijf uur met hem fotograferen, leer je meer dan een jaar lang zelf fotograferen. Even op zijn vingers mogen kijken, daarvoor slik ik wel mijn trots in en ga ik backstage fotograferen! Maar natuurlijk wel met het idee: dan kom ik ook thuis met een portret van hem!’

‘Op het moment dat je Peter Lindbergh fotografeert, gaat het er mij niet om hoe oud, dik, dun of oud is, of dat hij een baard heeft. Soms is het juist goed als je het gezicht fotografeert, maar hem vond ik het belangrijker om aan te geven wie hij is! En wie is Peter Lindbergh? Dat is de man die waanzinnige dingen ziet, die jij niet ziet. Je staat er naast, met dezelfde camera, toch zie je het zo anders. Peter Lindbergh fotografeert altijd met zijn linkeroog en als hij fotografeert, kijkt hij niet door zijn bril.’ Volgens zijn assistent wordt Peter Lindbergh niet graag geportretteerd. Dit zag Reinier echter als een leuke uitdaging! Op die dag heeft Reinier zo snel mogelijk geprobeerd te fotograferen, met het idee ‘als ik hem  dan straks wil fotograferen, denkt hij “hij heeft net ook maar 3 keer geklikt”. Dan lukt het waarschijnlijk sneller om een portret van hem te mogen maken!’ Peter en Reinier fotografeerden die dag met precies dezelfde Nikon en met hetzelfde objectief. ‘Maar het portret wilde ik graag maken met de Fuji. Dan wordt het voor hem ook gelijk anders.’

Peter Lindbergh geschoten in opdracht van Vogue NL

‘Ik dacht: geef hem geen ruimte om direct te antwoorden, praat aan één stuk door. “Mag ik misschien een echt portret van je maken? Want ik heb een serie met Damien Hirst, Anton Corbijn, dat soort namen roepen, daar wil ik je graag aan toevoegen! Maar dan moet je wel je bril afdoen en je handen voor je hoofd houden.” Want voor mij is een portret van Peter Lindbergh, zijn linkeroog. Dus hij deed zijn bril af en ik vroeg of hij zijn pet op kon doen, want hij toen hij aankwam een pet op met de naam Peter erop.  Alsof Michael Jackson rondloopt met een petje met Michael erop! Petje op, handen voor zijn ogen, bril af en zijn assistent stond echt vreemd te kijken! Ik vond het heerlijk dat ik die foto kon maken die dag. De rest van de dag maakte me niets meer uit!’

Zenuwachtig

‘Ik vind die shoots zo leuk, waarvan je van te voren denkt dat het niet gaat lukken, omdat het bijvoorbeeld zo’n grote productie is, of dat het zo’n ingewikkeld beeld is. Ik kan bijvoorbeeld ook echt heel zenuwachtig worden. Voor Paul de Leeuw moest ik fotograferen op zijn verjaardag. Zijn vrienden hadden hem een Saab cadeau gedaan. Die ging op een boot en iedereen moest even met die Saab op de foto. Dan weet je dat elke foto goed moet zijn! Dat gaat snel, er was veel te veel zon en dan moet je maar gaan testen. Je hebt een half uur de tijd en dan moet je al die bekende mensen even heel snel, goed fotograferen. Dat zijn echt van die momenten dat ik enorm zenuwachtig wordt, maar wel heel leuk!’

Bewerken

Reinier bewerkt altijd zijn foto’s. Ogen wat oplichten, rimpels wat zachter maken, doet hij vrijwel altijd. ‘Maar ik ga niet je hele uiterlijk veranderen. Ik zal bijvoorbeeld nooit een onderkin wegschoppen.’ Hoewel sommige mensen het niet eerlijk vinden als foto’s worden bewerkt, kijkt Reinier daar toch heel anders tegenaan. ‘Als ik op een evenement sta, waar mensen het al heel warm hebben, een glimmend voorhoofd hebben en ik flits dan ook nog eens, dan wordt alles benadrukt. Elke rimpel krijgt een schaduw en mensen zien er dan veel ouder uit. Maar als ik een andere lamp bij me kon hebben, of die mensen bij een ondergaande zon had kunnen fotograferen, dan zag je dat veel minder. Eigenlijk is fotografie al manipuleren vanaf het moment dat je de foto neemt. Want elke lens en elk licht geeft alweer een ander effect.’

Drie systemen

‘Ik fotografeer met drie systemen. Feestjes gaan allemaal op de Nikon. Dat werkt het beste, plus ik hou van Nikon glas, m’n portretten worden er mooi van. Dit soort evenementen kunnen ook nooit met mijn Hasselblad worden gefotografeerd, al helemaal niet met manuele focus. Portretten of op straat fotografeer ik met een Fuji X-Pro2. Die is weer heel anders dan de Nikon, veel kleiner en hij ziet er veel leuker uit. Je bent ook veel minder opvallend op die manier en mensen vinden het sneller goed als je een foto van ze wilt maken, omdat de camera er onschuldig uit ziet.’ Voor de Fuji heeft Reinier expres geen zoomlenzen. ‘Zo moet ik veel meer nadenken over wat voor foto ik wil gaan maken.’ Reinier heeft altijd een camera bij zich en zijn camera staat altijd op manual. ‘Ik word er ook echt chagrijnig van als ik geen camera bij me heb. Anders blijf ik denken “had ik nou maar een camera bij me gehad”. Laat mij maar gewoon even vijf minuten mijn gang gaan, dan ben ik daarna weer gezellig!’ Maar het meest prettig werkt toch de Hasselblad. ‘Dan kan ik een foto maken die er toe doet, die bedacht is en waar een verhaal achter zit.’ Het leukste, dat vind Reinier de afwisseling. ‘Als ik moest kiezen, zou ik de rest van mijn leven portretfoto’s maken, maar zolang ik niet hoef te kiezen, vind ik de afwisseling geweldig.’

Gemiddeld doet Reinier zo’n zes tot acht klussen per maand. Dit zijn wel compleet verschillende opdrachten. Zo fotografeert hij de ene avond een evenement voor Vogue en de andere keer moet hij een reclame fotograferen met een heel team aan stylisten, visagisten en modellen. Omdat Reinier snel heeft leren fotograferen, fotografeert hij soms ook mee met commercials, zodat de campagnebeelden precies bij de commercials passen. ‘Ik moet dan wel echt snel fotograferen, omdat ik de filmploeg niet in de weg mag zitten.’

Reinier van der Aart (41)

Hij legde zijn chirurgische instrumenten aan de kant en werd fotograaf. Intussen fotografeert hij alle evenementen voor Vogue, het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum. Hij won de eerste prijs in de categorie Portret van de Zilveren Camera en legde meerdere malen beroemdheden vast op zijn eigen unieke manier.

Website: www.rvda.nl

afbeelding van Nadja Geskus

Nadja Geskus | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Nadja