Digitaal? Analoog!

Julian 1515 0
Huis Marseille wijdt een omvangrijke expositie aan de analoge fotografie. Meesterdrukker Peter Svenson selecteerde werk van 60 fotografen. Al meer dan dertig jaar is hij de steun en toeverlaat van zowel gevestigde als beginnende fotografen.

Waar fototentoonstellingen gewoonlijk draaien om het eindresultaat, staat in 'Digitaal? Analoog!' het proces in de belangstelling. Volgens Huis Marseille heeft de teloorgang van de analoge fotografie grote gevolgen voor musea. Met deze expositie wil het museum dat dilemma aan de orde stellen.

Meesterdrukker

Peter Svenson heeft jarenlang als drukker bij het Amsterdamse fotovaklab S-color gewerkt. In 2005 heeft hij samen met zijn collega Gerrit Berghuis het Amsterdam Analogical Photoprinting–Lab, kortweg AAP-Lab opgezet. Al meer dan dertig jaar is deze van oorsprong Nieuw Zeelander de steun en toeverlaat van zowel gevestigde als beginnende fotografen. Zijn oog voor de kwaliteit van een negatief, en zijn kennis en kunde om dit in een fotoafdruk tot uitdrukking te brengen zijn ongeëvenaard. In zijn handen krijgt deze tweedimensionale techniek er voor het oog een derde bij: het beeld komt tot leven. In dit opzicht is het AAP-Lab een paradijselijke niche in een dominant digitale wereld. Hier worden de afdrukken gemaakt van fotografen als Rineke Dijkstra, Sigudur Gudmundsson, Jacqueline Hassink, Rob Nypels, Liza May Post, Han Singels en vele anderen.

Foto © Vincent Zedelius, AAP-lab, 2010

C-Print

Deze fotografen laten hun negatieven op de traditionele manier afdrukken via chemische procedés waarin zilverzouten een essentieel element vormen, zoals in de chromogenic print ofwel de C-print. Jacqueline Hassink, die in New York woont en over de hele wereld werkt komt een paar keer per jaar naar Amsterdam om samen met Peter Svenson haar foto’s af te drukken. Daarnaast weten jonge, conceptuele kunstenaars als Danielle van Ark, Melanie Bonajo, Popel Coumou, Dirk Kome, Katja Mater en Henk Wildschut ook de weg naar het AAP-lab te vinden, omdat zij daar de ruimte hebben om te experimenteren en de uiterste grenzen van de fotografische afdruk te verkennen.

Foto © Popel Coumou, Untiteld (uit de buitenserie), 2008

Autonoom analoog

Huis Marseille bestaat elf jaar en heeft in die periode de opkomst van de digitale fotografie goed kunnen volgen. Hoewel de meeste amateurs en vakfotografen het fotorolletje hebben ingewisseld voor de flexibele megapixels van de digitale camera, is het opvallend dat de meeste exposanten in Huis Marseille op film werken. Juist onder de meest recente generaties afgestudeerden aan de kunst- en fotoacademies wordt opvallend vaak en zeer bewust voor de klassieke manier van fotograferen gekozen. Deze aankomend fotografen maken hun broodwerk voor tijdschriften en andere commerciële opdrachtgevers weliswaar digitaal, want dat is snel, goedkoop, praktisch en makkelijk. Maar voor hun persoonlijke werk fotograferen zij op film: juist omdat de vloeiende vorm van de fotokorrel in de chemische emulsie voor een gradueel verloop van tonen en tinten zorgt en diepte aan het beeld geeft.

Foto © Thirza Schaap, Ophelia, 2005

Internationale trend

Deze internationale trend blijft voor de buitenwereld verborgen omdat fotografen noodgedwongen hun negatieven eerst moeten scannen om ze vervolgens via een printer af te kunnen drukken. De analoge weg is té duur, of in niet westerse landen als India en China - niet aanwezig. Na de radicale omezwaai van de foto-industrie naar digitaal zo rond 2004 is de analoge techniek gemarginaliseerd. De Amsterdamse fotoscene kan zich gelukkig prijzen met de aanwezigheid van zowel het AAP-Lab, als dat van De Verbeelding in Purmerend, waarbij eerstgenoemde excelleert in kleur en de tweede in zwart-wit. Omdat de analoge fotografie in enkele jaren tijd tot een nichemarkt is gereduceerd, is het een onzekere business geworden. Juist omdat het merendeel van de klanten uit jongeren bestaat die al experimenterend hun idioom en handschrift aan het uitzoeken zijn. Het eerstvolgende  naloge station met wereldfaam is het Grieger Lab in Düsseldorf. Ruimte om er te experimenteren is er niet, en zo die er zou zijn is het onbetaalbaar. De beste drukkers werken slechts voor de internationaal gerenommeerde clientèle; voor beginnend fotografen zijn er de mindere goden. Dan zijn er nog labs in onder andere Parijs, Londen, Milaan, Washington en New York, waar digitaal de hoofdmoot is en er nog een analoge poot is voor enkele oude klanten.

Foto © Paulien Oltheten, Drie jongens tussen twee lijnen, 2005