Begrippenlijst: afkortingen en termen

Redactie 2222 0
Soms lijkt het alsof fabrikanten er een sport van maken om zoveel mogelijk afkortingen in de naamgeving van hun camera

Mail de redactie

Mis je nog iets in deze lijst, heb je een aanvulling of bestaat er onduidelijkheid over een begrip? Stuur dan een mailtje naar de redactie. Naar aanleiding van jouw tips of vragen zullen wij de lijst regelmatig bijwerken.

redactie@digifotopro.nl

De lijst is onderverdeeld in een algemene sectie, daarnaast is er voor elke afzonderlijke camera en/of objectievenfabrikant een eigen pagina ingericht. De begrippenlijst is eenvoudig te benaderen via www.digifotopro.nl/begrippen.

Algemeen

APS-C - Advanced Photo System ‘Classic’
Aanduiding sensorformaat. De meeste DSLR’s beschikken over een beeldsensor in APS-C formaat. De afmetingen verschillen enigszins per fabrikant maar komen in de buurt van het APS formaat uit het analoge tijdperk (25.1x16.7 mm).

Full-frame
Aanduiding sensorformaat. De afmetingen komen exact overeen met die van een 35mm negatief (36x24 mm)

DSLR - Digital Single Lens Reflex
(Engelse) afkorting voor digitale spiegelreflexcamera

Bokeh
De term bokeh komt uit het Japans en betekend onscherpte. In de fotografie bedoelen we met de term het gebied wat buiten de scherptediepte valt. De kwaliteit van deze onscherpte hangt af van het objectief. Over het algemeen hebben objectieven met vast brandpunt een mooiere bokeh dan zoomobjectieven.

Flare
Flare, ookwel lensflare, ontstaat door ongewenste lichtinval in je objectief. Symptomen zijn contrastverlies of karakteristieke verstoringen in de foto, welke de vorm van het diafragma aannemen.

Coating
Vrijwel alle objectieven zijn voorzien van een coating, ofwel deklaag. Coatings worden gebruikt om bijvoorbeeld reflecties tegen gaan en goede kleurweergave te waarborgen.

Asferisch
Letterlijk: “niet-bol”. Hoogwaardig lenselement wat veel gebruikt wordt in objectieven. Beeldfouten kunnen beter gecorrigeerd worden dan bij sferische lenzen.

CA - Chromatische aberraties
Paarse randen in foto’s rond contrastvolle objecten, ontstaan door beperkingen van de gebruikte lenselementen.

AF - auto focus
Automatische scherpstelling

MF - manual focus
Handmatige scherpstelling

IF - Internal focus
Het objectief stelt intern scherp, het voorste lenselement draait niet tijdens het scherpstellen. Een must voor het gebruik van een polarisatiefilter. Ook schuift het objectief niet uit tijdens het scherpstellen.

Objectief
Met objectief en lens wordt vaak hetzelfde bedoeld, maar eigenlijk is dit onjuist. Een lens is een enkel glaselement, een objectief een verzameling van lenzen in een behuizing. De term ‘lens’ is echter zo ingeburgerd dat er weinig verwarring over ontstaat.

Ultrasone scherpstelmotor
Motoraandrijving door middel van ultrasone golven, resulteert in vrijwel geruisloze en snelle scherpstelling. Fabrikanten gebruiken hier verschillende aanduidingen voor, zoals USM (Canon), HSM (Sigma) en SWM (Nikon).

afbeelding van Redactie

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie