5 handige tips voor studiofotografie
De overgang van fotograferen met natuurlijk licht naar een gecontroleerde studio-omgeving kan best intimiderend voelen. Ineens ben jij niet meer afhankelijk van de zon, maar heb je zélf de volledige regie over elke schaduw en highlight. Wil je aan de slag met studiofotografie of ben je net begonnen met het bouwen van je eigen lichtopstellingen? Wij helpen je op weg met vijf handige studiotips die je workflow direct naar een professioneler niveau tillen!
Zelfverzekerd starten met studiofotografie
Beginnen met studiofotografie hoeft geen grote stap te zijn, zolang je de basistechnieken maar vóór je laat werken. Waar veel fotografen in het begin worstelen met de balans tussen flitskracht, modifiers en camera-instellingen, is de studio juist dé ultieme plek voor totale creatieve vrijheid. Met onderstaande handigheidjes en technische inzichten ga je in ieder geval een stuk zelfverzekerder de studio in en haal je het maximale uit je apparatuur én je model zodat je met een gerust hart hoogwaardige portretten schiet.
1. Gebruik een lichtmeter
Een lichtmeter geeft geen garantie op een goed eindresultaat, maar is wel een perfect hulpmiddel om de juiste belichtingsinstellingen te krijgen. Waarom heb ik een aparte lichtmeter nodig, als mijn camera ook voorzien is van een ingebouwde lichtmeter?
De lichtmeter van je camera meet gereflecteerd licht. Zeer donkere of lichte kleuren van het onderwerp beïnvloeden de sterkte en samenstelling van het gereflecteerde licht, wat ervoor kan zorgen dat de ingebouwde lichtmeter het mis heeft. Ook als het onderwerp van je foto in de schaduw staat en de achtergrond helder is, kan de lichtmeter het moeilijk krijgen. Hetzelfde met een glanzend onderwerp, wat veel licht reflecteert. Hierdoor kan de lichtmeter van je camera een te korte sluitertijd kiezen, met onderbelichting als resultaat.
Met een lichtmeter meet je het directe licht op je onderwerp voor een 100% accurate belichting.
Wil je deze problemen voor zijn? Dan biedt een lichtmeter uitkomst. Door de losse lichtmeter met de dome (het witte bolletje) direct voor het gezicht van je model richting de hoofdlichtbron te houden, meet je het daadwerkelijk vallende licht (incident light). Hierdoor is je meting altijd 100% accuraat, ongeacht de kleding of huidskleur van je model.
Ook portretfotograaf Brendan de Clercq is fan van lichtmeters. “Meten is weten. Ik wil weten wat mijn licht doet. Dan hoef ik me daar niet druk om te maken en kan ik me focussen op het creatieve”. Een goede belichting is de basis van elke foto: als de belichting goed zit, kun je creatief aan de slag!
2. Maak mooiere portretten met een reflectiescherm
Reflectieschermen zijn uitstekend te gebruiken in de studio. Wanneer er bijvoorbeeld een set-up is met slechts één lamp, kun je met een reflectiescherm schaduwen voorzien van invullicht. Waar een witte kant zorgt voor een zachte, subtiele invulling, geeft de zilveren kant een veel krachtiger en contrastrijker licht terug.
Gebruik reflectieschermen of modifiers om schaduwen in te vullen of juist extra drama toe te voegen met 'negative fill'.
Ook bij meer complexe lichtopstellingen zijn reflectieschermen onmisbaar. Als er meerdere lichtbronnen gebruikt worden is de kans op strooilicht op het onderwerp groter. Om dit tegen te gaan kun je gebruik maken van het zwarte deel van een reflectiescherm om het licht te blokkeren. Binnen de professionele studiofotografie wordt deze techniek 'negative fill' genoemd, en het is dé manier om meer drama en definitie in de kaaklijn van je model te creëren.
3. Praat met het model
Als je in de studio met een model werkt, is het belangrijk om met hem of haar te communiceren. Ten eerste stel je het model daarmee op het gemak, maar ten tweede helpt het ook bij het fotograferen. Zo weet het model namelijk precies welke houding gewenst is, welke kant hij of zij op moet kijken of welke emotie getoond moet worden.
Heldere communicatie is de sleutel tot een ontspannen sfeer en een natuurlijke pose.
Bovendien heb je vaak van te voren al een duidelijk beeld van hoe de foto eruit moet komen zien. Als dit afgestemd wordt met het model, komen jullie samen sneller tot een mooi resultaat. Een ultieme pro-tip hierbij is om direct 'tethered' (verbonden met een beeldscherm of laptop) te fotograferen. Door samen met het model na de eerste paar klikken naar het scherm te kijken, bouw je razendsnel vertrouwen op en snapt het model direct welke micro-aanpassingen in de pose nodig zijn.
4. Begin met één lamp
Je hebt geen uitgebreide set nodig; met één goed geplaatste lamp bereik je al een professioneel resultaat.
Als je net begint met studiofotografie is één lamp vaak al voldoende om een mooi portret te kunnen maken. Belangrijk bij het fotograferen met één lichtbron is de plaatsing van de lamp en het gebruik van de juiste lichtvormer. Experimenteer om te beginnen eens met de klassieke 'Rembrandt-belichting'. Door je lamp met een softbox in een hoek van 45 graden schuin van boven te plaatsen, creëer je dat kenmerkende, schilderachtige driehoekje van licht op de wang van de schaduwzijde.
Bij het fotograferen met het licht van één kant moet er rekening gehouden worden met de val van schaduwen. Kijk daarom goed naar de positie van het model en maak daarbij ook gebruik van een reflectiescherm voor het uitlichten van donkere delen.
5. Speel met scherptediepte, óók in de studio!
Veel fotografen gebruiken een klein diafragma bij het fotograferen in de studio. Een diafragma tussen de f/8 en f/11 biedt vaak de meeste scherpte op een foto. Bij het fotograferen in de studio is ook genoeg licht aanwezig om met een klein diafragma te kunnen fotograferen.
Durf ook in de studio met een open diafragma te werken voor een zachte, dromerige uitstraling.
Echter kan het fotograferen met een groot diafragma (een laag f-getal, zoals f/2.8 of f/1.4) in de studio juist hele mooie foto’s opleveren. Omdat we in de studio controle hebben over het licht is het goed mogelijk om juist zacht te flitsen. Bovendien kan door het gebruik van een groot diafragma de nadruk op de ogen of make-up gelegd worden.
Loop je er tegenaan dat je studioflitsers zelfs op de laagste stand nog te fel zijn voor zulke open diafragma's? Schroef dan een ND-filter (grijsfilter) op je objectief, of maak gebruik van High Speed Sync (HSS) als je apparatuur dat ondersteunt, om de flitskracht perfect te compenseren.
Tijd om te experimenteren
Met deze vijf tips voor studiofotografie heb je een ijzersterke basis om vol zelfvertrouwen de controle te pakken in de studio. Het belangrijkste advies? Ga vooral veel experimenteren. Speel met de positie van je lampen, ontdek de effecten van je reflectiescherm en wees niet bang om fouten te maken. Voor je het weet, creëer je lichtopstellingen die jouw portretten een indrukwekkende, professionele uitstraling geven. Veel succes in de studio!
