To print or not to print? Zelf afdrukken vs het vaklab

To print or not to print? Zelf afdrukken vs het vaklab

Jasper van Bladel 3200
In het analoge tijdperk was het voor de professional en de serieuze amateur niet meer dan vanzelfsprekend dat je zelf je afdrukken verzorgde. Sinds de intrede van de digitale fotografie komt het steeds vaker voor dat foto’s alleen op internet worden gebruikt of zelfs alleen maar op de persoonlijke computer van de fotograaf blijven staan. Maar wat is er nu mooier dan een eigen afdruk?

Een foto wordt voor veel mensen pas écht als hij fysiek vast te houden is. Een foto kan op je computer nog zo mooi zijn, afgedrukt geeft een foto toch een ander gevoel. Eigen werk in de hand houden is toch iets speciaals, zeker als de print van goede kwaliteit is. Voor zo’n print kun je natuurlijk afreizen naar een lokale afdrukcentrale of drukker, maar waarom doe je het niet zelf?

Thuis op je zolderkamer kun je dan eindeloos experimenteren met papiersoorten, kleuren en kleurprofielen. Je hebt de uitkomst volledig zelf in de hand, dat is het grootste voordeel van zelf printen.

Deze vrijheid is het grootste voordeel, maar misschien ook wel een nadeel. Want er zijn zoveel keuzes te maken: welke printer? Welk papier? Wat voor een afwerking?

De printer

Allereerst komt de keuze voor een printer. Een eenvoudige all-in-one is niet geschikt voor het op hoge kwaliteit afdrukken van je dierbare foto’s. Er zal geïnvesteerd moeten worden in een printer op een hoger niveau.

Verschillende fabrikanten, zoals Canon en Epson, hebben printers in het assortiment die uitstekend geschikt zijn voor gebruik door de professioneel fotograaf of serieuze amateur. Een belangrijke vraag daarbij is: hoe groot wil je afdrukken? Wordt het A4, A3, A3+ of zelfs A2? Vanzelfsprekend is een printer die op een groot formaat af kan drukken duurder in aanschaf, je zult dus goed moeten overwegen wat een extra grote afdruk je waard is. 

Het papier

Welk papier kies je bijvoorbeeld? Het gebruikte papier kan de uitstraling van je foto compleet veranderen. Voor een goede keuze kun je allereerst kijken naar je persoonlijke voorkeur. Houd je van een glanzende papiersoort, waardoor je foto’s een glossy uitstraling krijgen, of word je enthousiaster van een ruwere en een meer natuurlijke papiersoort?

Er bestaat gestreken en ongestreken papier. In principe is papier oorspronkelijk ongestreken, wat betekent dat de oneffenheden in het papier niet opgevuld worden.  Dit geeft een ambachtelijke en natuurlijke uitstraling, maar het houdt wel in dat er inkt in de oneffenheden verdwijnt bij het afdrukken, wat uiteindelijk een net iets minder scherpe afdruk oplevert. In het eindresultaat draagt dat bij aan de ambachtelijke en pure uitstraling. Een afdruk op gestreken papier, al dan niet met een matte of glanzende afwerking, levert prints op met een andere uitstraling.

Welke papiersoort je kiest ligt aan persoonlijke voorkeur. Natuurlijk kun je op je zolderkamer uitgebreid experimenteren met uiteenlopende papiersoorten, zodat je precies het goede papier voor jouw foto kunt uitzoeken.

Het ligt echter ook aan de foto die je wilt gaan afdrukken. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen stellen dat een landschapsfoto met rustige kleuren misschien gebaat is bij een meer natuurlijk papier en een glossy modeportret beter past op een gestreken papier met glanzende afwerking.

Er zijn nog meer keuzes te maken. Zelf printen betekent namelijk ook dat je serieus rekening dient te houden met de kalibratie van je beeldscherm. Niets is zo vervelend als een foto die totaal anders uit je printer komt rollen dan dat je hem op je beeldscherm voor je hebt staan. Een deel van de oplossing voor dat probleem is het kalibreren van je scherm, zodat de kleuren op je scherm overeenkomen met die van de werkelijkheid. Dat kalibreren kun je doen met een speciaal voor dat doel ontwikkeld gereedschap van bijvoorbeeld EIZO. Het ligt aan de kwaliteit van je scherm hoe ver deze kleuren en contrasten af zullen wijken van hoe je ze eigenlijk bedoelt. De keuze voor een goed beeldscherm helpt dus al voor een groot gedeelte mee.

De kosten

Zelf afdrukken is erg interessant en leuk om te doen. Het is echter wel belangrijk in acht te nemen dat het zelf afdrukken van je foto’s niet direct goedkoper zal zijn dan een afdruk bij een vaklab. De printer en het papier moeten uiteraard aangeschaft worden. Zeker als je naar afdrukformaten boven A3 gaat worden zowel de printer als het papier een kostbare zaak. Bij aankoop van een printer zitten er uiteraard inktcartridges bij, dus daar hoef je je in eerste instantie niet druk om te maken.

Houd echter in je achterhoofd dat bij vervanging van alle cartridges ongeveer 200 euro neergeteld moet worden voor een printer die op A3-formaat af kan drukken. Kies je voor een printer die A2 aankan, dan ga je voor een complete inktset over de 400 euro heen. Geen kleine bedragen. Zeker als je zeer regelmatig afdrukken maakt en graag experimenteert met papiersoorten kan je zolderkamerhobby een kostbare zaak worden.

Reken voor een afdruk op A4 ongeveer 80 cent tot één euro. A3 kost je rond de € 1,20 tot € 1,50 per afdruk, afhankelijk van het gekozen papier.

Conclusie

Zelf printen heeft een heleboel voordelen. Je kunt het afdrukproces volledig in eigen hand houden en je kunt in je eigen tijd experimenteren met papiersoorten, kleuren en instellingen. Daarbij komt dat je natuurlijk extra trots kunt zijn op een volledig eigen afdruk. Aan de andere kant zijn er de kosten, die best hoog op kunnen lopen. Een goede printer is duur, net zoals de inkt. Daarnaast zul je misschien moeten investeren in beeldscherm en kalibratie. Maak je één of twee keer per maand een afdruk,  dan is het wellicht goedkoper om toch naar het vaklab af te reizen. Wil je echter op grote schaal afdrukken, dan ben je ondanks de dure printer en kostbare inktcartridges toch voordeliger uit. 

afbeelding van Jasper van Bladel

Jasper van Bladel | Redacteur

Fotograaf en journalist

www.jaspervanbladel.nl

Bekijk alle artikelen van Jasper