Straatfotografie: De stad als muze

Straatfotografie: De stad als muze

Redactie DIGIFO... 672
De stad is al sinds het begin van de fotografie een onuitputtelijke bron van creatieve mogelijkheden voor de fotograaf. In dit artikel vertellen we je over de begindagen van de stadsfotografie en we geven je vijf tips.

Op de eerste (geslaagde) foto ooit – we spreken 1826, bijna tweehonderd jaar geleden – zijn daken van gebouwen te zien. Met enig gevoel voor overdrijving mag je stellen dat het startschot van de fotografie boven een stadsfoto klonk. Op die constatering valt natuurlijk van alles aan te merken. De maker, de Parijzenaar Joseph Nicéphore Niépce (1765-1833), had voor zijn foto een belichtingstijd van acht uur nodig en koos om begrijpelijke redenen voor een statisch onderwerp én voor een foto die hij vanuit het venster van z’n ongetwijfeld comfortabele werkkamer kon maken.

Foto: Joseph Nicéphore Niépce

Stadsfotograaf

Hoewel de eerste stadsfoto dus gemaakt was, komt stadsfotografie, ook urban photography genoemd, tot wasdom wanneer de Engelsman William Henry Fox Talbot (1800–1877) zich voor zaken in Parijs meldt. Het is 1843 en Talbot verblijft in de Franse hoofdstad om het door hem uitgevonden negatiefproces te promoten. Al mislukt die onderneming, de foto’s van de Parijse architectuur die hij tijdens zijn verblijf schoot maken indruk. Het levert tot op de dag van vandaag een aantal belangwekkende foto’s op. Toch duurt het nog eens twintig jaar voordat stadsfotografie de volwassenheid nadert; in de hoedanigheid van Charles Marville (1813-1879) krijgt Parijs als eerste stad (in 1862) een heuse stadsfotograaf. De 'Photographe de la Ville de Paris' is vooral  aangesteld om de grote werken van de Franse stedenbouwkundige Haussmann vast te leggen.

Status

Het neemt niet weg dat de schilderkunst in de daarop volgende periode nog altijd meer status geniet dan fotografie. Zo sturen schilders fotografen op pad om gebouwen en straattaferelen vast te leggen. De schilder gebruikte de foto’s die dergelijke uitstapjes opleverden als studiemateriaal op basis waarvan hij in zijn atelier tot een schilderij kon komen. Die gang van zaken voert de stadsfotografie wel naar een breder publiek. Wie die ontwikkeling van extra brandstof voorziet, is Eugène Atget (1857-1927), een pionier in het genre dat stadsfotografie heet. De Fransman hield zich graag in de ochtenduren in het negentiende-eeuwse Parijs op om de dan nog slapende stad in het even magische als mistige licht vast te leggen. Atget tekent ook voor één van de meest bewonderende boeken in de geschiedenis van de fotografie, te weten Atget; Photographe de Paris (1930), dat als absoluut hoogtepunt van de stadsfotografie geldt. Prachtige platen van een tijd die is vervlogen, van gebouwen die zijn gesloopt en taferelen die uit het straatbeeld zijn verdwenen. Nog meer schonk Atgets fotowerk Parijs definitief een magische klank die nu nog altijd in fotografenland te horen is. Praat je over stadsfotografie, dan mag ook Berenice Abbott (1898–1991) niet onvermeld blijven. De Amerikaanse fotografe, sterk beïnvloed door Atget, vergaart wereldfaam met haar zwart-witfoto’s van de architectuur en urbanisatie van New York tijdens de jaren dertig. Haar foto’s zijn ongeëvenaard, zo fascinerend en immer inspirerend dat je meteen je camera wilt pakken om de eerste de beste stad in te trekken. Andere grote bijdragen komen van vermaarde urban-fotografen als Alfred Stieglitz (stadsgezichten), Andreas Feininger (abstracties), Henri Cartier-Bresson (straatfotografie) en Lee Friedlander (verhalen uit de stad), die het boeiende genre verder onderzochten en uitwerkten.

Foto: Eugène Atget

Verlatenheid

Inmiddels is de opvatting over stadsfotografie veranderd. Urban photography betekent meer dan fraaie architectuur, perfect aangelegde parken en stoïcijnse flatgebouwen. Enkele van de beste hedendaagse stadsfoto’s zijn beelden van de ‘achterkant’ van diezelfde stad. Bizarre plekken waar de mens is geweest en waarvan subversieve en illegale subjecten getuigen. Met als resultaat interessante, nieuwe takken aan de boom van stadsfotografie, zoals urban exploration photography. Beelden die deze ooit (ook al) in Parijs gestarte discipline voortbrengen, tonen verlaten industrieterreinen, leegstaande fabriekshallen, ruïnes en ondergrondse gangen en tunnels. Ook hierin ziet een kleine kern van fotografen – terecht – schoonheid. Nog een stap verder gaat de ‘non-photography’, een stroming binnen de urban photography die geen regels kent en vooral uit vluchtige, merkwaardige snapshots van de straat bestaat.

Foto: Berenice Abbott

Hoe

Het maakt dat de voortdurend veranderende, verstedelijkte omgeving met haar inwoners, situaties, gebouwen, bruggen, snelwegen, stations, bouwplaatsen, billboards en industriële parken een onuitputtelijk arsenaal aan creatieve invalshoeken voor fotografen wil zijn. En elke stad of dorp heeft zijn specifieke kenmerken en uitdagingen. De enige vraag die je als stadsfotograaf moet beantwoorden is niet wat te fotograferen, maar hoe.

Tekst: Cees Visser

afbeelding van Redactie DIGIFOTO Pro

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie