Objectieven testen: hoe en wat?

Objectieven testen: hoe en wat?

Redactie DIGIFO... 3457
De kwaliteit van het objectief bepaalt op een aantal onderdelen de technische kwaliteit van je foto’s. Het gaat dan met name om de scherpte en het ontbreken van afbeeldingsfouten zoals kleurafwijkingen of vertekening. Inmiddels is er ook een heel betaalbaar alternatief voor het geval je zelf wilt testen, alleen of met een groep fotografen.

Tekst: Eduard de Kam

De kwaliteit van het objectief bepaalt op een aantal onderdelen de technische kwaliteit van je foto’s. Het gaat dan met name om de scherpte en het ontbreken van afbeeldingsfouten zoals kleurafwijkingen of vertekening. Die laatste kunnen meer of minder volledig met behulp van software worden gecorrigeerd, maar hoe minder daarbij hoeft te gebeuren, des te beter het is. Maar het gaat alleen om de technische kwaliteit uiteraard. Het is redelijk goed mogelijk om de kwaliteit te testen. De eerste en nog steeds beschikbare systemen zijn nogal duur en daarmee niet geschikt om gewoon thuis te gebruiken. Daarbij gaat het om systemen waarvan de resultaten opduiken op websites, en die geleverd worden door Imatest, DxO of Image Engineering. Het kan echter ook op een minder dure manier.

Scherpstellen

Wanneer je de scherpte van een objectief wilt testen is er één ding waar je absoluut zeker van moet zijn om die test zinvol te laten zijn. Dat is dat de camera echt helemaal precies scherp stelt.
Zit het AF-systeem er net naast, er wordt dan iets voor of achter het onderwerp scherp gesteld, dan krijg je nooit de hoogst haalbare scherpte bij de weergave van de testkaart. En omdat een testkaart volledig plat is zie je niet aan die opnames dat je niet goed hebt scherp gesteld. Bij het maken van testopnames spreekt het vanzelf dat de camera op een heel goed statief wordt geplaatst. Heel precies scherpstellen kan door in de live-view weergave in te zoomen tot 100% en heel zorgvuldig handmatig scherp te stellen.


De keuze in het Canon-menu (boven) en het Nikon-menu (onder) om het AF-systeem bij te stellen.

Wil je met auto-focus werken dan moet je voorafgaand aan de testopnames eerst het AF-systeem controleren, en wanneer dat nodig blijkt zelfs bijstellen. Dat geldt voor spiegelreflexcamera’s waar het AF-systeem niet op de sensor zelf zit, maar als een apart meetsysteem onder de spiegel is geplaatst. Daarbij kunnen afwijkingen optreden door toleranties bij het maken van de camera of het objectief. De meeste spiegelreflexcamera’s bieden de gebruiker een correctiemogelijkheid aan waarmee het AF-systeem een beetje kan worden bijgesteld. Er zijn twee programma’s die je kunnen helpen als je niet op je eigen waarnemingen af wilt gaan. Er is het programma Focus Tune dat geleverd wordt met een eigen drie-dimensionaal ‘target’ om op scherp te stellen. Je moet een serie opnames maken met verschillende instellingen voor de AF-correctie, waarna het programma de optimale waarde berekend die je vervolgens invoert in het menu van de camera. Het andere programma heet FoCal en werkt met een tweedimensionale kaart waarop wordt scherp gesteld. Bij dit programma wordt de camera vanuit de computer bediend. Canon camera’s kunnen helemaal automatisch worden ingesteld, bij Nikon camera’s moet je zelf de correctiewaardes invoeren. Werken met Focus Tune is wel wat complexer, maar ik zelf heb er betere ervaringen mee. Systeemcamera’s zonder spiegel stellen in principe goed scherp doordat het AF-systeem in de sensor is ondergebracht, een correctie mogelijkheid ontbreekt dan ook.

Het ‘target’ voor de FocusTune software om je AF-systeem te controleren.

Testen

Als je iets wilt zeggen over de kwaliteit van het betreffende objectief in het algemeen is het feit, dat je maar één exemplaar van een objectief hebt is een beperking. Maar het voordeel van zelf je eigen objectief testen is dat je inderdaad het exemplaar test dat je zelf gebruikt bij het fotograferen. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in testkaarten en vooral de bijbehorende software om de opnames te analyseren, want zelf beoordelen is niet nauwkeurig genoeg. Ook is een nauwkeurige opstelling met goede verlichting nodig, een gespecialiseerde fotostudio eigenlijk. Sinds kort is er wel een betaalbaar testsysteem beschikbaar waardoor het financieel in elk geval wel haalbaar wordt om je eigen spullen te testen.

De volledige testkaart van het camtest systeem

Het Duitse bedrijf Image Engineering levert namelijk voor ongeveer €140,- een testkaart. Op laten plakken levert het mooiste resultaat voor gebruik. Software is niet nodig, na registratie met het bij de kaart geleverde serienummer worden de opnames via het internet gecontroleerd en krijg je de testresultaten te zien. Die moet je natuurlijk leren begrijpen, maar het echte mooie is dat je met dit systeem je eigen spullen kunt testen. Dat kan handig zijn wanneer je het doet na aankoop. Mocht er daarna iets mee gebeuren waarvan je denkt dat het nadelig was voor de kwaliteit, dan kun je het testsysteem opnieuw gebruiken om te kijken of dat inderdaad het geval is. Het is een systeem voor één gebruiker, je kunt hooguit vijf camerabody’s gebruiken. Wil je meer dan moet je een groepslicentie aanschaffen, waar een maandelijkse bijdrage voor betaald moet worden. Wel kun je als fotografengroep een paar camera’s uitkiezen voor het testen van een groot aantal objectieven. Daarmee wordt het mogelijk om verschillende exemplaren van eenzelfde objectief te vergelijken, of overeenkomstige objectieven van verschillende merken.

Een ‘siemens-ster’, het hart van het meetsysteem voor de scherpte.

Bron: NIDF - Nederland Instituut Digitale Fotografie

afbeelding van Wim Stolwerk

Persoonlijk vind ik dit een onnodig complicerend artikel. Makkelijk, "3D", fysiek apparaat, accuraat en goedkoop: Spyder LensCal, ca. € 60. Ik heb geen aandelen!