Isoleer je onderwerp

Amy Schutte 152
Een foto vertelt een verhaal. Om dat verhaal te vertellen heb je een onderwerp nodig. Dat kan een voorwerp zijn, een dier of een persoon. Het onderwerp is meestal leidend in de foto, tenzij het een creatieve keuze is om dat niet te doen. Maar. er zijn meer elementen in de foto, zoals de achtergrond. Hoe zorg je er nu voor dat het onderwerp de aandacht krijgt, dat je het isoleert?

Er zijn een hoop dingen die je kunt doen in de nabewerking. Maar er zijn ook een hoop keuzes die je aan de voorkant kunt maken, daar gaan we dieper op in. Natuurlijk werkt het kiezen van een kleine scherptediepte voor het isoleren van je onderwerp. Het is meteen duidelijk  waar de foto over gaat en de achtergrond leidt niet al te veel af. Maar er zijn meer dingen die je kunt doen.

Achtergrond

Omdat je tijdens het maken van de foto gefocussed bent op het onderwerp (letterlijk), zie je de achtergrond vaak over het hoofd. Bovendien ben je druk met het maken van de instellingen. Het ligt er natuurlijk aan hoeveel tijd je hebt voor een foto, want voor een landschap heb je meer tijd dan een sportfoto. Maar de achtergrond is ook deel van je foto, en kan het verschil maken tussen een prima foto of één die steengoed is. Bovendien speelt juist de achtergrond een grote rol bij het isoleren van het onderwerp.

Hoogte

Kies je camerapositie met zorg. Als je onderwerp laag bij de grond zit, betekent dit dat je ook laag bij de grond zal moeten. Ook als je een kleine scherptediepte hebt. Immers, kijk je van boven naar beneden, dan is de achtergrond de grond. En wanneer een onderwerp zich laag bevindt, betekent het ook dat de afstand tussen onderwerp en grond klein is. De grond zal dus waarschijnlijk scherp of deels scherp in de foto komen. Ga je laag, dan kun je een wijdere achtergrond kiezen. Hierdoor kun je deze verder vervagen, of wanneer je kiest voor een grote scherptediepte, voor een meer interessante achtergrond. Zoek voor rust in je achtergrond, bijvoorbeeld door het kader kleiner of juist ruimer te kiezen, of door de scherptediepte aan te passen.

Voorgrond

Kijk of je gebruik kunt maken van een voorgrond. Natuurlijk mag de voorgrond niet afleiden van het hoofdonderwerp, dus kies ofwel voor een heel neutrale voorgrond of houd deze ook onscherp. Door een voorgrond of een natuurlijk kader te gebruiken, leid je het oog van de kijker naar de plek waar je het wilt hebben. Dit geldt zowel voor macro als voor landschap als voor portretten. Soms kun je iets verplaatsen of je kader iets ruimer maken. Je onderwerp isoleren betekent dus zeker niet dat je het meer moet opsluiten.

Storende elementen? Haal ze weg

Wees je bewust van storende elementen om je onderwerp heen. Ook bij bewegende onderwerpen kun je vaak redelijk voorspellen waar ze heen gaan. Bovendien heb je maar een beperkt bereik vanaf je gekozen standpunt, dus analyseer van tevoren waar de zwakke punten in de achtergrond zitten. Bedenk hoe je daarmee om gaat. In sommige gevallen is het vrij eenvoudig, en kun je gewoon wat dingen weghalen. Denk aan prullenbakken, fietsen, vlaggen, storende grassprieten bij macro etc. Zet alles natuurlijk wel netjes terug, maar hiermee kun je de afleidende elementen van tevoren al elimineren.

Ga voor contrast

Licht wordt nog wel eens over het hoofd gezien als het belangrijkste ingrediënt voor een foto. Je onderwerp is natuurlijk goed belicht. Door te zoeken naar contrast in je foto, dus de omgeving van je onderwerp lichter dan wel donkerder weer te geven, isoleer je je onderwerp uitstekend. Dat betekent dat je hiernaar op zoek moet gaan, want een dergelijk verschil in belichting is niet altijd voorhanden. Gebruik de lucht als achtergrond bijvoorbeeld, door een lager standpunt te kiezen. Zoek naar donkere beplanting als achtergrond in plaats van fris groen gras. Vaak lukt dit door je standpunt iets te veranderen. Nog beter is om zelf te zorgen voor belichting, bijvoorbeeld in de vorm van (externe) flitsers. Zo heb je het contrast zelf in de hand. Stel de belichting van je onderwerp in op het lichtste deel als je voor een donker contrasterende achtergrond gaat.

Panning

Heb je een bewegend onderwerp tegen een storende achtergrond, bijvoorbeeld in een sporthal? Kies er dan voor om de achtergrond minder belangrijk te maken door te ‘pannen’, in plaats van deze te bevriezen. Kies een iets langere sluitertijd (bijvoorbeeld 1/60 of nog langzamer) n beweeg de camera mee met het onderwerp. Het vergt wat oefening, maar goed uitgevoerd is het onderwerp scherp en de achtergrond vaag. Bovendien benadruk je hiermee de beweging, wat de foto vaak ook sterk maakt.



 

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy