Ambities over de oceaan - Cooper Seykens

Interview met Cooper Seykens: Ambities over de oceaan

Redactie DIGIFO... 2258
Gewapend met een analoge Hasselblad trekt Cooper Seykens erop uit om artiesten, muzikanten en sporters te fotograferen. Daarnaast is hij graag in de achterbuurten van grote Amerikaanse steden te vinden. Bevlogen en ambitieus als hij is, kreeg hij het voor elkaar om Anton Corbijn vast te leggen voor het internationale magazine L'Officiel Hommes. En dat terwijl hij nog maar vierentwintig jaar oud is.

Heeft hij geen website? Echt niet?' Vol ongeloof gaf de redacteur van mannenblad JFK het emailadres van Cooper Seykens door, die als freelance fotograaf voor het magazine werkt. Je ziet het tegenwoordig nog maar weinig, fotografen zonder website. Zeker in de portret- en fashionfotografie en al helemaal als ze nog maar 24 jaar oud zijn. Een week later, als Cooper bij ons aan tafel zit, kan hij er wel om lachen. Toch heeft hij, ook zonder website, in een relatief korte periode een indrukwekkend portfolio opgebouwd als professioneel fashion- en portretfotograaf. Voor opdrachtgevers als Zoo Magazine, JFK en L'Officiel Hommes legt hij muzikanten en kunstenaars vast.

Perfectionisme

Cooper werkt bij voorkeur met analoge middenformaatcamera's, een Hasselblad 6x6 of Pentax 6x7. 'Van digitale fotografie word ik zo moe, je blijft maar fotograferen. Als ik analoog fotografeer, komt er een hele andere kracht in me los', vertelt hij enthousiast. 'Je hebt geen schermpje waarop je kunt zien wat je gedaan hebt. Daarnaast heb je maar twaalf opnames per rolletje. Alleen al daarom ben je veel meer bezig het beeld perfect te maken, nog voordat je gaat schieten. Je werkt selectiever dan wanneer je zevenhonderd digitale foto's maakt, zoals bij een fashionshoot.' Dat perfectionisme uit zich ook op andere vlakken. Coopers gebrek aan een website komt niet voort uit luiheid, onkunde of desinteresse. Twee jaar geleden maakte hij een website, maar die is nooit online gegaan. 'Ik vond dat ik het niet moest doen. Het is echt een uithangbord van je werk en daar moet je volledig achter staan. Op de kunstacademie had iedereen een website, allemaal werk dat nergens over gaat. Ik wil niet twijfelen of ik een foto niet beter weg had kunnen laten. Hetzelfde geldt voor een fysiek portfolio. Ik heb een heel mooi boekje laten drukken, maar soms trek ik er, twee minuten voor ik het presenteer, nog een aantal foto's uit. Liever twee of drie foto's die knallen, dan acht, waarvan een aantal mindere. In mijn hoofd ben ik nooit klaar. Altijd als ik naar mijn werk kijk, ben ik alweer bezig met wat er nog mist.'


Foto © Cooper Seykens

In het bloed

Als zoon van professioneel fotograaf Oscar Seykens liep Cooper van jongs af aan al rond in de fotostudio, maar hij had toen niet verwacht zijn vader achterna te gaan. 'Ik speel zeventien jaar gitaar en had altijd gedacht iets met muziek te gaan doen.' Hij vertelt dat hij van risico's houdt, maar een carrière als muzikant vond hij net een stap te ver. 'Dan moet je zo ontzettend goed zijn, helemaal in Nederland. Zo rond mijn dertiende begon ik een beetje met camera's te spelen. Toen had ik een kleine Sony Cybershot, daar maakte ik vooral landschappen en sfeerbeelden mee.' Later verschoof zijn focus naar mensen, zijn favoriete onderwerp. Uiteindelijk ging hij dus niet naar het conservatorium, maar naar de Kunstacademie in Den Haag. Dan is het erg prettig als je vader een enorme fotostudio heeft, waar je gebruik van kunt maken. Wel had dit een schaduwzijde: Cooper heeft uiteraard erg veel van zijn vader geleerd, maar houdt er niet van om mee te liften op andermans succes en tracht zoveel mogelijk zijn eigen pad te bewandelen. Toch moest hij regelmatig aanhoren dat hij 'zeker vanwege zijn vader' een opdracht had binnengehaald. Daarnaast kon hij zijn draai niet vinden op de academie. 'Ik werd ontzettend belemmerd in mijn creativiteit en moest veel dingen doen die ik helemaal niet leuk vond.' Na twee jaar hield hij het voor gezien.

Schorem

Nadat hij stopte bij de kunstacademie zocht Cooper naar een manier om alsnog de fotografiewereld in te komen. Hij begon met een stage bij fotograaf Marcel van der Vlugt, wat goed uitpakte. 'Ik had toen dus geen school, maar hij vond mijn werk tof en ik dat van hem ook. Ik heb veel van hem geleerd, hij is een harde leermeester.' Van der Vlugt was onder de indruk en via mond-tot-mondreclame kreeg Cooper wat naamsbekendheid. Na een jaar stage te hebben gelopen, kreeg Cooper zijn eerste opdracht. Voor L'Officiel mocht hij een reportage maken van de opening van de bekendste barbierszaak van Nederland, Schorem in Rotterdam. 'Ik stond op de boot terug van Vlieland en werd gebeld, want ze hadden nog een fotograaf nodig. Ik kwam net terug van vakantie en moest de volgende dag meteen beginnen, ik was behoorlijk zenuwachtig. Die gasten van Schorem zijn geen lieve jongens', zegt Cooper lachend. 'Die zijn keihard, met de zweep erover. Uiteindelijk was het een hele leuke dag en als ik terugkijk, ben ik nog steeds erg tevreden met de foto's.' De fotoreportage werd een groot succes en werd in negen landen gedrukt. 'Het was natuurlijk spannend, want het was mijn eerste publicatie. Maar omdat ze zo tevreden waren, is het balletje wel gaan rollen.'  


Foto © Cooper Seykens

Fashion- en portretsessies

Sindsdien fotografeert Cooper voor verschillende magazines. Mannenblad JFK is zijn grootste klant, met maandelijks vier of vijf opdrachten. De ene keer werkt hij aan een fashionshoot, de andere keer maakt hij een intiem portret van een bekende artiest. Lachend vertelt Cooper: 'Laatst fotografeerde ik Mick Hucknall, de zanger van Simply Red. Ik wist eerst niet eens wie hij was.' Door zijn volle agenda leerde Cooper zich meteen op te stellen als professional. 'De eerste keer was ik nog behoorlijk zenuwachtig, maar ik heb nu zoveel mensen gefotografeerd, dat ik veel meer rust in mijn werk heb en zelfverzekerd ben. Dat is belangrijk, je moet de baas zijn op de set. Je moet niet op een bazige manier te werk gaan, maar je moet weten wat je wilt en iemand kunnen aansturen.' Dan merk je ook een enorm verschil tussen een fashionshoot en een portretsessie, legt hij uit. 'Fashionmodellen hebben aangeleerd om alle aanwijzingen van de fotograaf op te volgen en kunnen een hele dag lang op dezelfde manier kijken. Veel bekende mensen zijn niet gewend om gefotografeerd te worden. Ik stel ze zoveel mogelijk op hun gemak, maar juist die onervarenheid en het ongemak kunnen voor hele bijzondere resultaten zorgen.' Ondanks dat hij nu meer controle heeft over zijn werk, laat Cooper zich naar eigen zeggen niet belemmeren door vooropgestelde plannen of ideeën. Hij laat zich liever leiden door de sfeer en het contact met het model. 'Pas als ik iemand een hand geef, komen bij mij de ideeën voor de foto. Het is goed als je een idee hebt over hoe het eruit moet komen te zien, maar uiteindelijk wordt het altijd anders. Ik vind het belangrijk om iemand heel puur neer te zetten. Van mij hoeven er geen duizenden lampjes bij, dat is een bijzaak. Je licht moet natuurlijk goed zijn, maar het belangrijkste is dat mensen terugkijken naar je foto, met een gevoel van "wauw, dit is heel bijzonder". Als ik bekende mensen fotografeer, maak ik vijftig of zestig foto's; van een of twee foto's kan ik zeggen: dit is hem, en daar sta ik dan ook achter. Het is dan ook de enige foto waarop iemand zo kijkt en als je dat moment hebt gehad, komt het niet meer terug.'

Anton Corbijn

In het voorjaar van 2015 kreeg Cooper een opdracht waar hij toch wel weer zenuwachtig van werd. Voor L'Officiel Hommes maakte hij de coverfoto, een portret van topfotograaf Anton Corbijn. 'Als je een fotograaf gaat fotograferen, weet hij precies wat je aan het doen bent. Als jij je licht op een bepaalde manier neerzet, weet hij wat je wilt bereiken. Daarnaast is Corbijn voor heel veel fotografen een voorbeeld, ook voor mij. Hij maakt in twee of drie minuten topplaten, omdat hij zo'n meesterregisseur is. Als je zo iemand voor de camera krijgt, word je wel zenuwachtig. Het werd uiteindelijk een hele leuke dag, hij hielp me zelfs met het uitladen van mijn spullen.'


Foto © Cooper Seykens

Fotoreizen

Naast zijn werk als fashion- en portretfotograaf, bezoekt Cooper al sinds zijn jeugd jaarlijks de Verenigde Staten. Samen met zijn vader maakt hij vrij werk in de vorm van straatfotografie, vaak in de minder veilige wijken van grote steden. 'Daar vind je hele interessante mensen, die je gewoon niet in de yuppenwijken tegenkomt', vertelt hij. 'Dan ga ik trouwens niet met een Hasselblad rondlopen, ik neem dan mijn Nikon D90 mee. Je valt natuurlijk enorm op, ten eerste omdat je blank bent. Toen ik een keer met een 24-70mm-objectief rondliep, was ik die bijna kwijt. Mensen hebben vaak het idee dat fotografie een vorm van uitbuiting is, omdat ze niet weten wat er met de foto's gaat gebeuren. Om vertrouwen te winnen moet je echt een beetje infiltreren in de omgeving. Ik loop dus eerst een rondje op straat, praat een beetje met mensen, zodat ze weten wat ik kom doen en dat ik geen gevaar ben. Vervolgens laat ik mijn portfolio zien en beloof dat ik de foto's op zal sturen. Dan staat er soms ineens een hele rij mensen, die allemaal op de foto willen.' Cooper glimlacht. 'Amerika is ontzettend fotogeniek, het houdt daar niet op. Als ik niet kan slapen, stap ik in de auto en ga een stukje rijden. Dan kom je van alles tegen. Ik kom elke keer met ontzettend veel werk terug. Ik vind het commerciële werk erg leuk, maar ik doe het ook zodat ik vrij werk kan blijven maken.'

Bladen benaderen

De balans tussen opdrachten en vrij werk wil Cooper zoveel mogelijk in stand houden, maar hij deinst er niet voor terug om meer opdrachtgevers te benaderen. Zo wilde hij de interesse polsen van een aantal magazines in Parijs, waaronder L'Officiel Hommes. In plaats van ze een linkje naar een website te sturen, maakte hij een afspraak en boekte een treinticket naar Frankrijk. 'Dat vinden ze dan toch leuk. "Did you come here just for us?", vragen ze dan. In deze tijd is dat blijkbaar bijzonder. Daar hoef je geen grote mond voor te hebben, maar wel een positieve houding. Ik kan daar wel gaan zitten pochen met alles wat ik allemaal heb gedaan, maar ik wil gewoon een goede indruk achterlaten. Bescheidenheid is daarin belangrijk, dat waarderen mensen.' Het bezoek wierp zijn vruchten af: Cooper kreeg de kans om zich aan een bijzonder agentschap te koppelen. Frankrijk ziet hij echter niet als eindpunt. De jonge fotograaf was eerst van plan om in de stad van de liefde te gaan wonen, maar veranderde zijn plannen een paar keer. 'Eerst wilde ik naar New York verhuizen, maar het is nu veranderd naar Los Angeles. LA is Hollywood en mijn ultieme droom is om regisseur te worden en films te gaan regisseren. Dan zit je daar toch beter dan in New York. Daarnaast vind ik LA net iets rustiger dan New York, dat is echt een jungle. Ik wil niet alleen maar hebben gewerkt aan het einde van mijn leven, daar ben ik teveel een levensgenieter voor.'


Foto © Cooper Seykens

DIGIFOTO Pro 3.2015

Dit interview komt uit DIGIFOTO Pro 3.2015 en is geschreven door Thomas Kouveld, fotografie door Cooper Seykens. Je kunt deze editie (of andere voorgaande nummers) los bestellen voor €7,95 incl. verzendkosten (Nederland).

afbeelding van Redactie DIGIFOTO Pro

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie