Olympus E-3 beeldstabilisatie in de praktijk

Julian 1304
Volgens grafieken van Olympus laat het nieuwe stabilisatiesysteem in de E-3 je met sluitertijden tot 5 stops langzamer fotograferen dan zonder beeldstabilisatie. Wij namen de proef op de som, en vergeleken de interne stabilisatie van de E-3 met een gestabiliseerd Leica-objectief.

Stabilisatie in de camera
In de Olympus E-3 is een bewegingssensor geïntegreerd. Deze registreert trillingen en kan deze compenseren door de beeldsensor te bewegen. De E-3 gebruikt hetzelfde systeem als de E-510, maar Olympus heeft voor de E-3 de gevoeligheid van de bewegingssensor verbeterd.


De ingewanden van een Olympus E-3

Stabilisatie in het objectief
Een andere manier om het beeld te stabiliseren is een stabilisator in het objectief. Het voordeel hiervan is dat het zoekerbeeld ook gestabiliseerd wordt. Dat verhoogt bijvoorbeeld de nauwkeurigheid bij fotograferen uit de hand met lange telelenzen. Nadeel is dat de stabilisatie in elke lens apart moet worden toegevoegd, wat weer de nodige kosten met zich meebrengt.

De grote spelers in de markt, Canon en Nikon, kiezen voor stabilisatie in de lens. Waarschijnlijk speelt daarin mee dat ze al een arsenaal aan gestabiliseerde lenzen in het assortiment hebben. Nieuwe spelers in de DSLR-markt komen vaak met beeldstabilisatie in de body.

De test
Panasonic kiest met de L10 voor stabilisatie in de lens en maakt net als Olympus gebruik van de four thirds-standaard. Dat betekent dat de lenzen onderling uitwisselbaar zijn. Zo kunnen we een praktijktest uitvoeren op één camera, met dezelfde instellingen. Hiervoor gebruiken we uiteraard de E-3, met daarbij de kitlens van de Panasonic Lumix L10: de Leica D Vario-Elmar 14-50 f/3.8-5.6. De lens beschikt over een schakelaar om de stabilisatie (Mega O.I.S) aan of uit te zetten; op de E-3 is dit in het menu instelbaar.


Leica D Vario-Elmar 14-50mm f/3.8-5.6

De camera werd ingesteld op sluitertijdvoorkeuze (S), hoogste kwaliteit JPEG en de scherpte op 0 (neutraal). Met de lens op 50mm (door de 2x cropfactor van Olympus gelijk aan 100mm in het 35mm formaat) moet je normaal gesproken een sluitertijd van 1/100e of sneller aanhouden  voor een optimaal scherpe foto. Volgens Olympus kan dit met hun beeldstabilisatie dus 5 stops langzamer, ofwel 1/3e seconde. Dit waren dan ook onze uitgangswaarden. Zittend vanaf een bankje werden met elke instelling 3 foto's gemaakt. Uit deze 3 opnamen kozen we telkens het beste exemplaar.


Testopstelling


Resultaten
In onderstaande tabel zijn de resultaten te zien. Je ziet een 100% uitsnede van het roodomcirkelde detail uit de testopstelling. Van links naar rechts: stabilisatie in de lens (Mega O.I.S), Stabilisatie in de E-3, geen stabilisatie en tot slot een experimentje, stabilisatie in de camera én in de lens. De sluitertijden lopen af van boven naar beneden, zoals links aangegeven.



Conclusie
De E-3 kan zich qua stabilisatie prima meten met de Leica-lens. Bij de langere sluitertijden lijkt het voordeel zich aan de kant van de E-3 te bevinden. Tot 1/13e seconde presteert de E-3 heel consistent. De Mega O.I.S lens doet het iets minder wat dat betreft. Eerder dan bij de E-3 stabilisatie zijn kleine verschillen te zien in scherpte. Ondanks de relatief goede prestaties lukte het ons niet de cijfers van Olympus te reproduceren. Tot 1/13e blijft de scherpte goed overeind, maar daarna gaat de beeldkwaliteit zichtbaar achteruit. Om zeker te zijn van een scherpe opname kun je volgens ons beter 3 stops aanhouden dan 5. Het experiment met de combinatie van twee stabilisatiesystemen lijkt in ieder geval geen nadelige effecten op te roepen. Maar noemenswaardig beter zijn de resultaten ook niet.