Column: Onderwater

Redactie 504
Klets-flop, Klets-flop... doorweekt maar met een brede glimlach komt een vriend nabij. Hij is zojuist in een kajak van een brug gedoken voor een paar seconden onderwaterervaring. Nog even en dan mag ik. Ik werp een blik op de betonnen brug: afgewerkt met rood baksteen, een metalen buis als reling, een keer in de tien minuten passeert een auto hier het kanaal.

Bijna triomfantelijk kijk ik om me heen. Mijn achterwerk op de reling, mijn voeten in het luchtledige, ware het niet dat ik stevig in de kajak zit en de instructeur de achtersteven vasthoudt. Zonder hem was ik al lang en heel lelijk naar beneden geduikeld. Ik check nog een keer of de waterdichte wegwerpcamera goed om mijn pols zit en roep “klaar”.

Ik voel de boot plots heftig bewegen, een dof scheurend geluid als de bodem van dit 'drijfbaar kunststof' over de gladde reling wordt geduwd, ik gooi mijn armen met peddel in de lucht – zoals de instructeur had bevolen. Voordat ik überhaupt kan beginnen aan het waarderen van de vrije val zie ik de voorsteven van de kajak het wateroppervlak raken. De rest van de boot volgt, maar als mijn hersenen die informatie doorkrijgen, ben ik al kopje onder. Als een torpedo schiet ik enkele meters onder het wateroppervlak door. Ik zie donkergroen. Ik voel dat de massa de kajak met mij terug naar boven duwt.
Snakkend naar zuurstof, hoor ik joelende mensen – mijn vrienden – maar ik zie niets. Mijn bril – vanwege de betere oorconstructie speciaal voor de gelegenheid uit mijn kistje militaire dienstrelikwieën gemobiliseerd – hangt aan een oorschelp. Met de optiek herbevestigd, peddel ik als een gek naar de kant. Als ik op de oever klauter, merk ik dat er iets irritants aan mijn pols hangt. Vrolijk zwiept de wegwerpcamera heen en weer. Mijn eerste actieve onderwatermoment sinds schoolzwemmen en ik heb geen moment aan fotograferen gedacht.

Den Helder, meer dan een decennium later. Een dikke zwarte Tonijn staat fier in de buitenlucht. Al jaren wil ik de ingewanden van dit beest bekijken en nu is het eindelijk zo ver. Ik klauter de trap op, naar de ingang in de huid van hare majesteits onderzeeboot b.d. Hoe is het om geïsoleerd te leven onder water, met tientallen kameraden in een krappe behuizing met een continue dreiging van een Sovjet-torpedo of -dieptebom.
Ik fotografeer erop los, want in het Marinemuseum is de staatsveiligheid niet in gevaar. De boegbuiskamer met torpedobuizen en bedden direct ernaast, de commandocentrale met de periscoop (ik zie een meeuw rustig van de zon genieten), de regelsystemen en de voortstuwingsbedieningskamer.

Schitterend die symmetrie in de panelen met draaiwielen, toerentelmeters en hendels. Terwijl ik dit in mijn beeld probeer te vangen, valt mij het groen van het voortstuwings­bedieningspaneel pas goed op. Die kleur lijkt verdacht veel op hoe het er direct onder de oppervlakte soms uitziet, de eerste meters bij het duiken. Plots ben ik in gedachten weer terug in de kajak op de brug en denk aan de honderden kubieke meters water die op de huid van de Tonijn drukten tijdens zijn missies. Ik zie mezelf weer als een torpedo met de kajak onder water schieten en krijg het er benauwd van.

Een brede glimlach op mijn gezicht als ik weer buiten sta. Op het droge, maar met een paar minuten onderwaterervaring. Zo is het wel genoeg. Iets bungelt onder mijn hand. Aan het einde van de draagband zwiept mijn spiegelreflexcamera vrolijk heen en weer. Ik heb even niet aan fotograferen gedacht.

Marcel Burger

afbeelding van Redactie
Door: DIGIFOTO Pro

DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van DIGIFOTO